Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/6.3.2
6.3.2 Belastingdienst treedt op als ‘vertaler’: zender maar ook ‘bron’?
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661282:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Bax 1995, p. 185.
Bax 1995; 185-186: ‘(…) de bron van de informatie. Vaak valt die samen met de sprekersrol, maar niet per definitie. In geval van een toespraak die simultaan vertaald wordt, is de vreemde-taalspreker zowel bron als spreker, maar is de tolk uitsluitend spreker, vertolker van informatie die afkomstig is uit een andere bron. In dezen kan verder verwezen worden naar het taalgedrag van orakels en paranormale media, die wel de vertolker, maar niet de bron van occulte boodschappen zijn. zo ver van huis hoeven we het overigens niet te zoeken: De dominee die op de kansel een bijbeltekst voorleest, vormt niet zelf de bron van de communicatie-inhoud. Ook zijn voorlichters van organisaties of woordvoerders van hoogwaardigheidsbekleders wel sprekers, maar geen bronnen van het gesprokene.’
Witteveen 2010, p. 320.
Met behulp van de taal- en communicatiewetenschap kan de verhouding tussen zender en bron nader worden geanalyseerd, zoals ten aanzien van de verhouding tussen de Belastingdienst en de wetgever. In veel gevallen valt de bron samen met de spreker of schrijver (zender), maar dat is niet altijd het geval.1 Bax noemt voorbeelden als een tolk, een dominee, een voorlichter voor een organisatie of woordvoerders van hoogwaardigheidsbekleders.2 In die gevallen is volgens hem de zender wel de spreker (of schrijver), maar niet de bron van de informatie.
Toepassing van deze benadering in de verhouding tussen wetgever, Belastingdienst en burgers levert het volgende op. De Belastingdienst is in juridisch opzicht bij voorlichting dan wel te beschouwen als zender van de uitingen, maar in beginsel niet als bron van de inhoud van die uitingen. Die bron vormt, gezien de machtenscheiding, de wetgever.
Figuur 8: Het juridisch perspectief en het burgerperspectief op de Belastingdienst als ‘vertaler’
Echter, vanwege de complexiteit van fiscale wetgeving en het taalverkeersprobleem tussen de wetgever en de burger moet de Belastingdienst als wetsuitvoerder de (taal)barrière overbruggen (paragraaf 2.2.2, 5.3.3). De Belastingdienst zet in voorlichting juridische taal en inhoud om naar voor burgers begrijpelijke(re) taal en inhoud en biedt aldus een oplossing voor het taalverkeersprobleem.
Voor de vertaling van wetteksten naar voorlichtingsteksten heeft de Belastingdienst diverse stappen te zetten en keuzes te maken ten opzichte van de wettekst (paragraaf 5.4). De theorie van Jansen en Steehouder liet, samengevat, zien dat de boodschap van de wetgever moet worden afgestemd op het perspectief van de gebruiker, de burger (‘adaptatie’). Vervolgens heeft de vertaler te bepalen wat de inhoud is van de over te brengen informatie in de voorlichting, welke elementen (al dan niet) relevant zijn gezien doelgroep, wat het doel en de context is van die voorlichting (‘selectie’), op welke wijze de inhoud moet worden gepresenteerd (‘reorganisatie’) en welke verbale presentatie van de uiting in voorlichting adequaat is (‘verwoording’).
Het is de Belastingdienst die in zijn positie als vertaler bij voorlichting voor dergelijke vraagstukken staat. Dat is niet de wetgever. Over de positie van de ‘vertaler’ moet niet lichtzinnig worden gedacht, zo volgt uit het citaat van Witteveen:
‘(…) wie de rol van vertaler op zich neemt, in de communicatie van de overheid naar de burger en van de burger naar de overheid in vele complexe organisatiepatronen, moet beseffen dat vertalen geen neutrale bezigheid is, dat er betekenis verloren kan gaan en worden gecreëerd, dat iedereen die aan het project deelneemt op een bepaalde bij diens positie en rol passende manier de ethiek van de vertaler op zich moet nemen, wil de onderneming slagen.’3
De Belastingdienst heeft als vertaler dus de taak om zorgvuldig te werk te gaan (paragraaf 5.4.1). Bovendien heeft de Belastingdienst in zijn positie als vertaler – gewild of ongewild – een ‘invloedrijke’ positie (paragraaf 2.5.2.4). De manier waarop het belastingrecht door de Belastingdienst wordt uitgelegd heeft invloed op de wijze waarop burgers die afgaan op die informatie de regels begrijpen en percipiëren (paragraaf 6.4). ‘Vertalen’ gaat dus gepaard met verantwoordelijkheid. Juist omdat bij voorlichting – zoals bovenstaande afbeelding laat zien – voor de burger de wetgever achter de Belastingdienst verscholen raakt.