Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020
Einde inhoudsopgave
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/:2.9.0 Inleiding
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/
2.9.0 Inleiding
Documentgegevens:
Datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
Kluwer
- JCDI
JCDI:ADS258975:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Sociale zekerheid werkloosheid (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het hiernavolgende schema geef ik een korte samenvatting van de hiervoor beschreven ontwikkelingen in de WW-duur.
Wetswijziging
WW-uitkering
Reden invoering
Ontwikkeling rechtspositie
Invoering WW 1987(19 261)
Loongerelateerde basisuitkering van 6 maanden + verlenging loongerelateerde uitkering + vervolguitkering minimumniveau van een jaar.
Koppeling fictieve en feitelijke arbeidsverleden aan duur WW.
Fictieve arbeidsverleden en jareneis werden als discriminatoir gezien op grond van leeftijd en geslacht. Het arbeidsverleden van voor de 18-jarige leeftijd kan niet worden meegenomen en vooral vrouwen en personen met een kort c.q. onregelmatig arbeidsverleden worden benadeeld door het arbeidsverleden aan de duur te koppelen.
Wijziging 26 juni 1991
Herziening arbeidsverledeneis (8 uren naar 52 loondagen) + invoering berekening naar kalenderjaar.
Registratie 8 uren per week moeilijk uitvoerbaar + voorkomen dat 5 jaarsperiode van 3-uit-5 jareneis op een willekeurige dag begint.
Vereisten om in aanmerking te komen voor WW worden lichter door 52 SV-dagen i.p.v. 8 uren per week. Verlenging referteperiode door uit te gaan van kalenderjaren.
(21 982)
Wijziging van 22 december 1994 (23 985)
Aanscherping voorwaarden toetreding WW door verscherping en combinatie wekeneis (39-uit-26) en jareneis (4-uit-5) + kortdurende uitkering met een maximumduur van 6 maanden van in beginsel 70 procent van het wettelijke minimumloon bij alleen voldoen aan wekeneis + verlenging vervolguitkering naar twee jaar.
Het kabinet vond dat een sterkere band met het arbeidsproces kon worden gevraagd in de vorm van aanscherping van de toetredingsvoorwaarden + beperking beroep op WW
Nadelig effect van de gecombineerde toetredingseis voor een grote groep werklozen met een relatief kort arbeidsverleden (jongeren, herintreders). De kortdurende uitkering op minimumniveau bij voldoen aan de wekeneis zou dit nadelig effect moeten verzachten. Verlenging vervolguitkering leidt tot financiële onafhankelijkheid van partner en het gedurende langere tijd niet hoeven aan te spreken van het vermogen. Dit had vooral op vrouwen een gunstig effect, omdat meer dan de helft van de uitkeringsgerechtigden uit vrouwen bestond.1
Wijziging van 19 december 2003 (29 268)
Afschaffing vervolguitkering
Door de verwachte toename van het beroep op de WW zag het kabinet de noodzaak tot het maken van keuzes.
Doel vervolguitkering was een vloeiende overgang tussen regelingen op grond van loondervingsfunctie en minimumbehoeftefunctie door uitstel van inkomenstoets. Deze wenperiode werd afgeschaft vanwege bezuinigingsredenen, zodat het doel van financiële onafhankelijkheid werd opgegeven. De afschaffing had een negatief effect op ouderen, omdat zij vaker gebruik maakten van de vervolguitkering.2
Wijziging van 28 juni 2006(29 268)
Wet wijziging WW-stelsel en ontslagrecht: Kortdurende uitkering van 6 maanden op minimumniveau wordt vervangen door 3 maanden op loongerelateerd niveau. Maximale duur wordt verkort van 5 jaar naar 38 maanden.
Versterking activerende werking WW. Directe koppeling tussen arbeidsverleden in jaren en evenredige verlenging uitkeringsduur in maanden tot een maximum van 38 maanden. Het kabinet wilde met deze directe koppeling de equivalentie tussen premiebetaling en uitkering vergroten.
De maximale uitkeringsduur van 38 maanden wordt door het kabinet als voldoende gezien om tijdens de looptijd van de WW te kunnen re-integreren. Het merendeel van de werklozen zou namelijk relatief snel uitstromen naar arbeid volgens het kabinet, zodat deze groep geen nadeel zal ondervinden van de verkorting van de uitkeringsduur.
Wijziging van 14 juni 2014(33 818)
Wet Werk en Zekerheid: Beperking maximale WW-duur van 38 maanden naar 24 maanden
Investering in van-werk-naar-werk trajecten en verder activeren van de WW’ers. WW-duur verkorten vanwege activerend effect en een relatief lange duur van de uitkering vanuit Europees perspectief.
Voor de WW’ers die slechts korte tijd gebruik maken van de WW (3 maanden) zou de verkorting een beperkt effect moeten hebben. Ook voor relatieve nieuwkomers niet veel effect, aangezien opbouw van de WW-duur de eerste 10 jaar hetzelfde blijft. WW’ers die gedurende een langere tijd een beroep doen op de WW merken het effect van de verkorting. Het is de vraag in hoeverre de reparatie van de WW in cao’s zal leiden tot een verlenging van de duur. Herinvoering WW-premie voor werknemers zal tot een (administratieve) lastenverzwaring leiden voor de werkgevers. Negatief effect op langdurig, vaak oudere werklozen. Dit wordt ondervangen met andere financiële maatregelen (en reparatie).