Einde inhoudsopgave
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/2.4
2.4 Herziening arbeidsverledeneis (van 8 uren naar 52 loondagen) in 1991
Datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
Kluwer
- JCDI
JCDI:ADS258934:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Sociale zekerheid werkloosheid (V)
Voetnoten
Voetnoten
Wijziging van de Organisatiewet Sociale Verzekering en enkele andere sociale verzekeringswetten tot invoering van een sociaal-fiscaal nummer, nadere regeling van het gegevensverkeer tussen verzekerde, werkgever en uitvoeringsorgaan en aanpassing van de geheimhoudingsbepalingen (invoering sociaal-fiscaal nummer), Wet van 28 december 1988, Stb. 1988, 655 (voorbereid in Kamerstukken II 1988/89, 20854). De verzekerdenadministratie is overigens per 1 januari 1990 ingevoerd door het sociaal-fiscaal nummer (sofinummer). Het sofinummer is in 2007 vervangen door het burgerservicenummer (BSN).
Al vier jaar na de inwerkingtreding werd bij wet van 26 juni 19911 de eerste wijziging omtrent de berekening van de duur in de WW 1987 ingevoerd. De berekening van de duur pakte in de praktijk anders uit dan het kabinet had beoogd. Voor de verlenging van de basisuitkering moet de werkloze in de vijf jaar voorafgaand de werkloosheid ten minste drie jaar als werknemer in een dienstbetrekking van 8 of meer uren per week hebben gestaan. Het doel van het 8-urencriterium was dat uit de arbeidsverledeneis (3-uit-5 jareneis) moest blijken dat de werknemer ten minste drie jaar regelmatig had gewerkt. Er moest een bepaalde regelmatige binding met het arbeidsproces bestaan om gebruik te kunnen maken van de WW-uitkering. Met het 8-urencriterium bestond de binding uit het feit dat in 5 jaar tenminste 156 weken (3 jaar) in een dienstverband van ten minste 8 uur per week moest zijn gewerkt. Dit is een betrekkelijk geringe, maar regelmatige dienstbetrekking, voor het opbouwen van een arbeidsverleden.
In de praktijk bleek dat op basis van de verzekerdenadministratie zeer moeilijk vast te stellen was of aan het criterium van 8 of meer uren per week voldaan was. Daarom werd per 1 januari 1991 een ander criterium ingevoerd dat wel goed toe te passen zou zijn. Het 8-urencriterium werd vervangen door het criterium dat er 52 dagen per kalenderjaar loon moest zijn ontvangen.2
Zowel aan de kant van de werkgevers als aan de kant van de uitvoeringsorganen was het 8-urencriterium een extra zware administratieve belasting met een groot risico van een vervuild bestand vanwege verificatieproblemen. De bedrijfsverenigingen (destijds de uitvoeringsorganen van de WW) hebben daarom het 8-urencriterium nooit geregistreerd en met instemming van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is een tijdelijke regeling in het leven opgeroepen die is vastgesteld in de circulaire van 21 december 1989 van de Sociale Verzekeringsraad. De tijdelijke regeling hield in dat de bedrijfsvereniging de sociale verzekeringsdagen (SV-dagen) registreerde in plaats van het 8-urencriterium. Die SV-dagen houden de dagen in waarop loon is ontvangen of genoten en worden in een bepaald tijdvak geregistreerd. De registratie van SV-dagen vond al plaats ten behoeve van de jaaropgave voor vaststelling van het bedrag aan verschuldigde (WW-)premies. Het arbeidsverleden in weken werd in deze tijdelijke regeling vastgesteld door het aantal kalenderdagen door zeven te delen. Deze oplossing bood voordelen, maar werd wel contra legem uitgevoerd. Het wetsvoorstel bood daarom, met een kleine wijziging, een codificatie van deze registratiewijze.
2.4.1 Loondagen per kalenderjaar2.4.2 Nadelen van 52 SV-dagen en nieuw criterium van 208 uren in 20132.4.3 Rechtspositie uitzendkracht en het 8-urencriterium