Wilsdelegatie in het erfrecht
Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/6.4.1:III.6.4.1 Inleidend
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/6.4.1
III.6.4.1 Inleidend
Documentgegevens:
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS622757:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Rutten-I 1981, p. 133 e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het verbintenissenrecht kennen we de zogenoemde potestatieve ofwel willekeurige voorwaarde.1 Ik merkte in paragraaf 6.2 reeds op dat art. 1292 oud BW hierop betrekking had. Art. 1292 eerste zin oud BW hield een verbod in voor de potestatieve voorwaarde. Deze bepaling is thans niet uitdrukkelijk in de wet neergelegd.
In de onderstaande subparagraaf ga ik nader in op art. 1292 oud BW en leg ik uit wat een potestatieve voorwaarde inhoudt (paragraaf 6.4.2). Vervolgens bekijk ik de huidige rol van de potestatieve voorwaarde voor het verbintenissenrecht (paragraaf 6.4.3) en behandel ik als voorbeeld de vraag in hoeverre de werking van een schenking afhankelijk mag worden gemaakt van andermans wil (paragraaf 6.4.4). Daarna plaats ik de potestatieve voorwaarde in het erfrecht. Dit doe ik onder andere door haar te vergelijken met de in paragraaf 6.2 genoemde Duitse bepaling: § 2065 I BGB. De potestatieve voorwaarde lijkt namelijk een zekere verwantschap met § 2065 I BGB te vertonen (paragraaf 6.4.5). Tot slot volgt een tussenconclusie (paragraaf 6.4.6).