Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/2.3.4
2.3.4 Europese subsidies verstrekt door de Europese Commissie en uitvoerende Europese agentschappen (direct beheer)
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS397279:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie Besluit nr. 1982/2006, Pb. 2006, L 412/1. De procedure van subsidieverstrekking is te vinden in de Verordening nr. 1906/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot vaststelling van de regels voor de deelname van ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten aan acties op grond van het zevende kaderprogramma en voor de verspreiding van onderzoeksresultaten (2007-2013), Pb. 2006, L 391/1.
Zie de Verordening nr. 614/2007, Pb. 2007, L 149/1.
Zie de Verordening nr. 1692/2006, Pb. 2006, L 328/1.
Zie Besluit nr. 1672/2006, Pb. 2006, L 315/1.
Zie de Beschikking van de Raad van 5 maart 2007, Pb. 2007, L 71/9. In artikel 6, zesde lid, van deze beschikking is uitdrukkelijk vermeld dat de begroting van het instrument door de Europese Commissie op gecentraliseerde wijze wordt uitgevoerd en dat de uitvoeringstaken direct door haar diensten worden verricht overeenkomstig artikel 53, tweede lid, van het Financieel Reglement.
Het gaat daarbij om het algemene programma 'Veiligheid en bescherming van de vrijheden' dat bestaat uit een aantal deelprogramma's, namelijk 'Terrorisme en andere aan veiligheid gerelateerde risico's: preventie, paraatheid en beheersing van de gevolgen', Pb. 2007, L 58/1; 'Preventie en de bestrijding van criminaliteit', Pb. 2007, L 58/7; 'Strafrecht', Pb. 2007, L 58/13 en het algemeen programma 'Grondrechten en justitie' dat bestaat uit 'Grondrechten en burgerschap' Pb. 2007, L 110/33; het Daphne DI-programma, Pb. 2007, L 173/19; 'Civiel recht' Pb. 2007, L 257/16 en 'Drugspreventie en -voorlichting', Pb. 2007, L 257/23.
Zie artikel 55 van het Financieel Reglement.
Dit is geschied bij het Commissiebesluit van 26 april 2007 om bevoegdheden over te dragen aan het Uitvoerend Agentschap voor onderwijs, audiovisuele media en cultuur (EACEA), met als doel taken uit te voeren die samenhangen met de implementatie van communautaire programma's op het gebied van onderwijs, audiovisuele middelen en cultuur, met inbegrip van met name de implementatie van subsidietoewijzingen zoals vastgelegd in de begroting van de Gemeenschap onder nr. C(2007) 1842, overeenkomstig de wijzigingen van 26 mei 2008. Het agentschap is opgericht bij Besluit van de Europese Commissie van 14 januari 2005 tot oprichting van het Uitvoerend Agentschap Onderwijs, audiovisuele media en cultuur, voor het beheer van de communautaire maatregelen op het gebied van onderwijs, audiovisuele media en cultuur - overeenkomstig Verordening nr. 58/2003 van de Raad, Pb. 2005, L 24/35.
Dat uitvoerende Europese agentschappen een subsidieverhouding aangaan met eindontvangers van Europese subsidies, leidde tot de vraag in hoeverre rechtsbescherming openstaat bij de Europese rechter. In artikel 22 van de Verordening nr. 58/2003 is thans geregeld dat tegen handelingen van een uitvoerend agentschap administratief beroep openstaat bij de Europese Commissie. Als de Europese Commissie het beroep afwijst, staat vervolgens overeenkomstig artikel 263VVVEU beroepen open bij het Gerecht (zie artikel 22, vijfde lid, van de Verordening nr. 58/2003).
Op grond van het huidige Financieel Reglement gaat het om Europese subsidies die op direct gecentraliseerde wijze worden verstrekt. Zie hieromtrent Schenk 2011, p. 386 e.v. en p. 393 e.v.
Zie artikel 12, eerste lid, van het Besluit nr. 1718/2006.
Zie het Besluit nr. 1298/2008, Pb. 2008, L 340/83.
Zie artikel 6, zesde lid, van de Verordening nr. 614/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 betreffende het Financieringsinstrument voor het Milieu (LEFE+), Pb. 2007, L 149/1 en de Uitnodiging tot het indienen van voorstellen 2011, Pb. 2011, C 62/07.
Zie artikel 6, zevende lid, van de Verordening nr. 614/2007, Pb. 2007, L 149/1.
Zie artikel 9 van de Verordening nr. 680/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 tot vaststelling van de algemene regels voor het verlenen van financiële bijstand van de Gemeenschap op het gebied van de trans-Europese netwerken voor vervoer en energie, Pb. 2007, L 162/1.
Zie artikel 11 van de Verordening nr. 680/2007.
Onder het huidige Financieel Reglement is niet helemaal duidelijk of Europese subsidies die worden verstrekt door uitvoerende Europese agentschappen onder de subsidiedefinitie van artikel 108, eerste lid, van het Financieel Reglement vallen, gelet op de uitzondering neergelegd in artikel 108, tweede lid, aanhef en onder f. Het voorstel voor een nieuw Financieel Reglement laat er geen misverstand over bestaan dat deze Europese subsidies wel onder deze subsidiedefinitie vallen.
Zie artikel 108, eerste lid, tweede lid, van het Financieel Reglement jo. artikel 164 van de Commissieverordening behorend bij het Financieel Reglement.
In de EU bestaan ook veel Europese subsidies die rechtstreeks door de Europese Commissie worden verstrekt. Voorbeelden hiervan zijn 'het Zevende Kaderprogramma',1 'L1FE+',2 'Marco Polo II',3 'Progress',4 het financieringsinstrument voor civiele bescherming5 en enkele subsidieregelingen op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken.6 De Europese Commissie kan echter ook besluiten tot het delegeren van uitvoeringstaken aan uitvoerende Europese agentschappen.7 Een voorbeeld van delegatie aan een uitvoerend agentschap is het programma 'Europa voor de burger', dat door het EACEA wordt uitgevoerd.8 In voormelde gevallen ontstaat één subsidieverhouding tussen respectievelijk de Europese Commissie dan wel het uitvoerende Europese agentschap enerzijds en de eindontvanger van de Europese subsidie anderzijds.9 Beide categorieën Europese subsidies vallen met de inwerkingtreding van het nieuwe Financieel Reglement onder de noemer 'direct beheer'.10
Ook wanneer de Europese subsidie wordt verstrekt door de Europese Commissie of uitvoerende Europese agentschappen, kunnen nationale uitvoeringsorganen betrokken zijn bij de uitvoering van de desbetreffende Europese subsidieregeling. Alleen deze Europese subsidieregelingen zijn voor dit onderzoek relevant. Het is echter ondoenlijk om deze Europese subsidieregelingen uitputtend te bespreken. Volstaan wordt met een aantal voorbeelden. De gekozen voorbeelden laten zien dat de betrokkenheid van nationale uitvoeringsorganen varieert van het geven van voorlichting, tot het fungeren als bevoegde nationale instantie waar de subsidieaanvraag in eerste instantie moet worden ingediend.
Zo is in de Europese subsidieregeling MEDIA 2007 bepaald dat het Europese netwerk van in de lidstaten gevestigde MEDIA-desks als uitvoerend orgaan fungeert voor de verspreiding van informatie over het programma op nationaal niveau.11 Een tweede voorbeeld biedt het Erasmus Mundus programma waarvan de uitvoering is gedelegeerd aan het á genoemde uitvoerend agentschap EACEA.12 Hoewel dit niet uit de Europese subsidieregelgeving valt af te leiden, adviseert de door de lidstaat aangewezen passende instantie, die nauw met de Europese Commissie samenwerkt, in de praktijk over de bij de Europese Commissie ingediende aanvragen van instellingen uit die lidstaat. In geval van een negatief advies vanuit de lidstaat, is de kans klein dat de Europese Commissie de subsidieaanvraag honoreert. Met betrekking tot het programma LIFE+ is ten derde expliciet bepaald dat subsidieaanvragen bij de bevoegde nationale autoriteiten worden ingediend, die ze vervolgens doorzenden naar de Europese Commissie.13 Bij de selectie van de projecten houdt de Europese Commissie rekening met de door de lidstaat ingediende nationale prioriteiten en de door de lidstaten gemaakte opmerkingen over individuele projectvoorstellen.14 Een vierde voorbeeld is te vinden in de Europese subsidieregeling voor de Transeuropese netwerken voor transport en energie. Hoewel de Europese Commissie op de bij haar ingediende subsidieaanvragen beslist,15 zijn de lidstaten belast met allerlei controleverplichtingen.16
Europese subsidies die rechtstreeks door de Europese Commissie ofwel uitvoerende Europese agentschappen worden verstrekt, vallen onder de definitie van artikel 108, eerste lid, van het Financieel Reglement.17 Zij worden doorgaans verstrekt bij overeenkomst.18