Einde inhoudsopgave
Schadevergoeding bij de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens (O&R nr. 126) 2021/6.4
6.4 Nederlandse rechtspraak ten aanzien van het recht op schadevergoeding bij een inbreuk op de AVG
mr. T.F. Walree, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. T.F. Walree
- JCDI
JCDI:ADS267354:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Verwerking persoonsgegevens
Voetnoten
Voetnoten
Rb. Oost-Brabant 22 mei 2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:2701 (X/Sûreté), r.o. 4.6; Rb. Utrecht 12 oktober 2009, ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ5273 (X/Agis); Rb. Noord-Holland (ktr.) 28 december 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:10635 (X/Van Hees); ABRvS 7 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1479 (Asieldossier), r.o. 9.1; Hof Den Haag 28 november 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:4274 (X/SDU Uitgevers). Vergelijk ook Rb. Amsterdam 2 november 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BO6456 (X/Amsterdam), r.o. 3.6-3.7.
Zie anders Rb. Zwolle-Lelystad 4 mei 2011, ECLI:NL:RBZLY:2011:BV6594 (X/Aegon), r.o. 4.18-4.19. In deze zaak lijkt het erop dat het wel ging om geestelijk letsel.
Een uitzondering is Rb. Noord-Nederland 3 mei 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:1700 (X/Advocatenkantoor), r.o. 4.10. Hierin betrof de onrechtmatige verwerking het overtypen van WSNP-gegevens door een advocatenkantoor uit de Staatscourant, zodat de betrokkene schriftelijk een aanbod tot rechtsbijstand kon worden gedaan. De betrokkene raakt ‘door het onverwachts vinden van de brief op haar deurmat, geschrokken en geëmotioneerd’. Zie ook Walree 2018, p. 138-139 (hoofdstuk 3, paragraaf 3.3).
Al vóór inwerkingtreding van de AVG was er rechtspraak waarin een betrokkene schadevergoeding kreeg wegens een onrechtmatige verwerking van zijn persoonsgegevens.1 In deze zaken kreeg hij vergoeding voor immateriële schade anders dan geestelijk letsel.2 De onrechtmatige verwerking had telkens een behoorlijke impact op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene.3
Sinds de inwerkingtreding van de AVG, en óók na het EBI-arrest, is er gepubliceerde rechtspraak waarin een betrokkene vergoeding voor immateriële schade vordert wegens een inbreuk op de AVG. Ik bespreek eerst drie vonnissen van rechtbanken (paragraaf 4.1). Vervolgens behandel ik vier uitspraken van de ABRvS (paragraaf 4.2). In paragraaf 4.3 vergelijk ik de uitspraken van de rechtbanken met die van de ABRvS.
6.4.1 Rechtbanken6.4.2 Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State6.4.3 Rechtbanken versus Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State