Einde inhoudsopgave
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/9.3.2
9.3.2 Verbod op discriminatie inzake (toegang tot) werk, beloning en overige arbeidsvoorwaarden
Mijke Houwerzijl & Bas Rombouts, datum 01-05-2021
- Datum
01-05-2021
- Auteur
Mijke Houwerzijl & Bas Rombouts
- JCDI
JCDI:ADS288447:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
C111 – Discrimination (Employment and Occupation) Convention, 1958 (No. 111). C100 – Equal Remuneration Convention, 1951 (No. 100). Andere belangwekkende instrument aangaande gelijke behandeling zijn: C156 – Workers with Family Responsibilities Convention, 1981 (No. 156) en de Conventie tegen geweld en intimidatie op de werkvloer, C190 – Violence and Harassment Convention, 2019 (No. 190). Onder deze laatste Conventie vallen ook gevallen van online intimidatie.
C111 definieert deze verboden discriminatie als onderscheid dat gelijke kansen of behandeling met betrekking tot werk tenietdoet of in gevaar brengt. C111, art. 1.
C111, art. 1, par. 1a.
C100, art. 2(1).
Global Commission on the Future of Work 2019, p. 44. Zie hierover ook hoofdstuk 8 van dit boek.
ILO 2021, p. 244-245.
ILO 2018a, p. 63-64, 52; ILO 2021, p. 244.
ILO 2016a, p. 11.
ILO 2018a, p. 52.
Adams-Prassl & Berg 2017, p. 1.
De Stefano & Aloisi 2019, p. 366.
Discriminatie in de context van (toegang tot) werk is een wereldwijd en structureel fenomeen en vaak moeilijk te bewijzen. In het kader van de ILO zijn er verschillende instrumenten die bepalingen over gelijke behandeling bevatten. Er zijn twee Fundamentele Conventies inzake gelijke behandeling: de algemene Conventie 111 betreffende discriminatie in arbeid en beroep en de specifieke Conventie 100 betreffende gelijke beloning van mannelijke en vrouwelijke arbeidskrachten voor arbeid van gelijke waarde.1 Onder Conventie 111 zijn directe en indirecte discriminatie,2 verband houdende met een zevental gronden – ras, huidskleur, geslacht, religie, politieke voorkeur, nationale afstamming of sociale afkomst –, verboden.3 Conventie 100 behelst één belangrijk beginsel: gelijke beloning voor werk van gelijke waarde voor mannelijke en vrouwelijke werknemer. Beoogd wordt de zogeheten loonkloof of ‘gender wage gap’ aan te pakken.4
Discriminatie kan bij vormen van crowdwork een groot probleem vormen, bijvoorbeeld wanneer ongelijke behandeling is ‘voorgeprogrammeerd’ in de data die algoritmes toepassen bij de selectie van crowdworkers.5 Ook heeft een aantal platforms de optie voor cliënten om te kiezen door wie het werk gedaan wordt, bijvoorbeeld alleen door personen uit een bepaalde regio. Zo kan het voorkomen dat bepaalde goedbetaalde ‘gigs’ niet beschikbaar worden gesteld voor crowdworkers in lagelonenlanden en dat discriminatie op grond van nationaliteit of geslacht voorkomt.6 Er zijn bovendien grote verschillen qua verdiensten per regio.7 Verder kunnen (expliciet of impliciet) bevooroordeelde reviews van gebruikers leiden tot ongelijke behandeling, aangezien deze reviews of ratings vaak van groot belang zijn voor kansen die crowdworkers krijgen binnen het platform.8 Tevens zien we de loonkloof tussen mannen en vrouwen terug bij het online crowdwork; er worden significante verschillen geconstateerd tussen wat mannen en vrouwen verdienen.9 Onderzoek wijst erop dat een belangrijke factor voor dit verschil de extra zorgtaken zijn waarvoor vrouwen verantwoordelijk zijn.10 Overigens kan crowdwork ook juist kansen bieden om objectief en onbevooroordeeld werknemers te selecteren en evalueren.11