Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/3.2.1
3.2.1 Inleiding
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS351928:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
SER-advies van 19 september 1969 inzake de herziening van het ondernemingsrecht (SER-advies 1969/ 14), Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/632, Voogd (diss.) 1989, p. 7-13.Zie ook Van Ginneken (diss.) 2010, p. 27, die met name motief (i) en motief (iii) noemt. Zie verder ook Boelens (diss.) 1946, p. 9 e.v., die ook nog het behoud van het nationale karakter noemt. Het gaat hier meer om een element van het algemeen belang dat in de huidige wereld van mondialisering weer onder de aandacht is komen te staan; zie paragraaf 3.6.1.
In paragraaf 2.2.1 schreef ik dat beschermingsmaatregelen kunnen verhinderen dat iemand effectief controle over de vennootschap en de daarmee verbonden onderneming kan verwerven. In deze paragraaf ga ik iets dieper in op de verschillende motieven die ten grondslag liggen aan het gebruik van beschermingsmaatregelen. Als motieven voor het creëren van beschermingsmaatregelen worden aangemerkt:1
het beveiligen tegen ongewenst geachte invloeden van buitenaf;
het waarborgen van de kwaliteit van bestuur en toezicht;
het bevorderen van de stabiliteit van de besluitvorming;
het consolideren van (bestaande) belangenposities.
Deze vier motieven, die ten grondslag liggen aan het opwerpen van beschermingsmaatregelen, staan centraal in deze paragraaf.