Procesrecht in arbeidszaken
Einde inhoudsopgave
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/8.2.4:8.2.4 Verwijtbaar handelen of nalaten
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/8.2.4
8.2.4 Verwijtbaar handelen of nalaten
Documentgegevens:
Vivian Bij de Vaate, datum 30-04-2024
- Datum
30-04-2024
- Auteur
Vivian Bij de Vaate
- JCDI
JCDI:ADS982355:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ingevolge art. 7:669 lid 3 sub e BW heeft als redelijke grond voor ontslag te gelden ‘verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren’.1 Voor deze ontslaggrond is in art. 7:669 lid 1 BW een uitzondering gemaakt op de herplaatsingsverplichting van de werkgever.
Volgens de Hoge Raad is voor ontslag op de e-grond vereist dat het de werknemer van tevoren duidelijk was welk gedrag wel of niet door de werkgever als ontoelaatbaar wordt gezien (behoudens evidente zaken als diefstal en dergelijke), waarbij heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.