Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/4.2.2.5
4.2.2.5 Net in private of publieke grond
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS619752:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Niet in alle sectorale (nuts)regelingen is voorzien in een openbare erfdienstbaarheid (zoals voor de drinkwater- of afvalwatervoorzieningen). Wanneer daarin niet voorzien is kan voor aanleg van een net in private grond dus een verklaring van openbaar nut gevraagd worden waardoor 'alsnog' een openbare erfdienstbaarheid ontstaat.
Bijvoorbeeld artikel 15 Elektriciteitswet (wet van 10 maart 1925) of artikel 10 Gaswet (wet van 12 april 1965)
Zie voor een uitgebreide beschrijving, Sagaert 2007, p. 5.
Volgens Sagaert wordt dit de 'Etrimo-doctrine' genoemd, naar het gelijknamige arrest Cass. 6 oktober 1966, R.W 1966-67, 1993 en Cass. 13 december 2002, R.W. 2002-03, 1384.
Sommige schrijvers menen dat het niet nodig is om de fysieke grond te kopen, maar dat het ook mogelijk moet zijn om (alleen) de ruimte onder de grond aan te kopen. Zie Vermeir 2009, p. 145 en de door hem genoemde schrijvers in noot 170.
Op grond van de Erfpachtswet van 10 januari 1842.
Sagaert 2007, p. 7.
Cass. 18 maart 1926, Pas. 1926, I, 307.
Cass. 11 september 1964, Pas. 1965, I, 29 en Cass. 27 september 1990, Arr.Cass. 1990-91, 84
In een arrest van 18 mei 2007 lijkt het Hof van Cassatie wederom een uitzondering te maken voor wat betreft het vestigen van een opstalrecht op een publiek domein, mits de bestemming van het publieke domein gerespecteerd wordt.
Cass. 3 mei 1968, 1100, J.T. 1968, 454.
Sagaert 2004, p. 1377-1387.
In het Belgische recht wordt een onderscheid gemaakt tussen het leggen van netten in publieke en private gronden.
Private grond
Om een net in private grond te leggen kunnen drie verschillende wegen bewandeld worden. De eerste manier is dat door middel van een verklaring van openbaar nut een openbare erfdienstbaarheid wordt gevestigd1 Diverse sectorale regelgeving in België2 voorziet in een regeling om private gronden van openbaar nut te verklaren. Dit is evenwel een beperkt instrument omdat het alleen toegepast kan worden bij private gronden die niet bebouwd zijn en niet omsloten zijn met een muur of omheining. Wanneer de grondeigenaar zijn grond alsnog omheint, moeten aangebrachte nutsvoorzieningen worden verwijderd.3 Om dit laatste te voorkomen sluiten veel nutsbedrijven een overeenkomst met de grondeigenaar om leidingen aan te leggen, ondanks dat deze mogelijkheid dus al vervat is in een wettelijke bepaling. Volgens vaste rechtspraak kunnen een openbare erfdienstbaarheid én een erfdienstbaarheid uit overeenkomst die hetzelfde voorwerp hebben, gelijktijdig bestaan.4 In het geval de erfdienstbaarheid van openbaar nut komt te vervallen (omdat de grondeigenaar alsnog zijn grond omheint) dan blijft in ieder geval de (privaatrechtelijke) erfdienstbaarheid van kracht om de aangelegde leidingen in de grond van een ander te mogen houden.
Wanneer een publiekrechtelijke regeling niet de mogelijkheid biedt om grond tot openbaar nut te verklaren, is de tweede manier om een net in private grond aan te leggen dat het nutsbedrijf een overeenkomst met de privégrondeigenaar sluit. Het nutsbedrijf kan bijvoorbeeld de grond waaronder of waarboven de leiding wordt aangelegd, aankopen:5 Daarnaast kan de grondeigenaar de grond verhuren aan het nutsbedrijf waarbij hij tevens toestemming krijgt tot bouwen (op of onder de grond) of een erfpachtrecht6 vestigen voor aanleg, onderhoud en gebruik van de grond. Hoewel de kwalificatie als privaatrechtelijke erfdienstbaarheid (voor het hebben/houden van leidingen in andermans grond) meer voor de hand zou liggen, wordt, volgens Sagaert,7 zulks betwist omdat de (elektriciteit) leiding niet echt een heersend erf heeft. Om de eigendom van de leiding te regelen hoeft in de overeenkomst (van bijvoorbeeld huur of erfpacht) niet uitdrukkelijk te worden opgenomen dat de aanlegger ook een opstalrecht verkrijgt omdat dit (accessoire) opstalrecht al voortvloeit uit het recht om op de private grond een leiding te mogen aanleggen (zie hiervoor par. 4.2.2.2).
Een laatste manier om in private grond een net te leggen, is dat er bepaalde gevallen in de wet beschreven zijn die een titel verlenen voor gebruik van privé-eigendom, zonder dat bijkomende voorwaarden worden gesteld (zoals de verklaring van openbaar nut). Een voorbeeld van een zodanige wettelijke regeling is de Elektriciteitswet van 1925.
Publiek domein
Zakelijke en persoonlijke rechten waarbij een accessoir opstalrecht ontstaat, kunnen in beginsel alleen op private gronden worden gevestigd; op publieke gronden kunnen deze (zakelijke en persoonlijke) rechten in de regel niet worden gevestigd.8 Hierop is door het Hof van Cassatie een uitzondering gemaakt.9 Op openbare gronden kan een (privaatrechtelijke) erfdienstbaarheid worden gevestigd indien deze niet onverenigbaar is met de openbare bestemming; geen beletsel vormt voor het openbare gebruik en geen afbreuk doet aan het recht van het bestuur om het gebruik van de openbare grond te regelen.10
Onder publieke grond (of: domein) wordt verstaan 'de gronden (of goederen) die zonder onderscheid tot gebruik van allen zijn bestemd of die door een uitdrukkelijke wettekst in het openbaar domein zijn opgenomen'. 11 In de diverse regelgeving op het gebied van nutsleidingen is een algemeen graafrecht (= openbare erfdienstbaarheid) geregeld12 dat inhoudt dat de beheerders van nutsleidingen een wettelijk gebruiksrecht hebben van het openbaar domein, mits de aanleg van de leidingen in het algemeen belang is. Een aparte vergunning voor aanleg van een net in openbare grond is derhalve niet vereist. Wanneer het net is aangelegd, kan de overheid ook niet zomaar de verwijdering van het aangelegde net vorderen. Bij aanleg van nutsleidingen in openbare gronden blijft de netbeheerder eigenaar van de leidingen doordat een opstal-recht ontstaat dat accessoir is aan de openbare erfdienstbaarheid, zolang dit opstalrecht de bestemming en het gebruik van het openbaar domein niet in het gedrang brengt. In openbare grond ligt dan een nutsleiding die daar is aangebracht in het algemeen belang en beschouwd moet worden als een zelfstandig deel van het openbare domein. Dientengevolge kan de nutsleiding niet onderworpen zijn aan (verticale) natrekking en blijft deze eigendom van de (mogelijk: private) netbeheerder.