Beheer van familievermogen door middel van certificering
Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.3.4.1.4:2.3.4.1.4 Bijeenhouden van vermogen (binnen één familie)
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.3.4.1.4
2.3.4.1.4 Bijeenhouden van vermogen (binnen één familie)
Documentgegevens:
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS958008:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een motief dat meerdere malen wordt genoemd is het bijeenhouden van vermogen. Daarbij wordt een aantal keer als toevoeging genoemd dat het om het bijeenhouden van vermogen binnen één familie gaat. Dit motief staat altijd ten dienste van het hoofdmotief continuïteit.
Het motief om het vermogen bijeen te houden heeft meerdere redenen. Ten eerste wordt genoemd dat versnippering van vermogen ertoe kan leiden dat het vermogen makkelijker verdampt, waarmee het achterliggende motief van de continuïteit niet wordt gehaald. Door een adviseur wordt dit als volgt verwoord:
“Ik denk dat echt de belangrijkste reden om echt vermogen bijeen te willen houden is, dat zij de angst hebben dat het uit elkaar zal vallen op het moment dat ze het verspreiden. Dus dat is het overwegende motief.”
Daarnaast komt naar voren dat het bijeengehouden vermogen soms een grotere waarde omvat dan vermogensbestanddelen afzonderlijk. Een voorbeeld hiervan is een kunstcollectie waarbij de kunstobjecten gezamenlijk een grotere waarde vertegenwoordigen dan de som van waarde van de afzonderlijke kunstobjecten. Een notaris geeft nog het volgende voorbeeld in dit kader:
“En dat hangt wel enigszins samen met continuïteit, omdat je met bundeling van vermogen, je betere beleggingsresultaten hebt. Als ik drie keer 50.000 euro apart op de bank zet, dan zegt de bank, nou je krijgt 2 procent rente. Maar als ik 150.000 euro naar de bank breng, krijg ik 2,5 procent rente. Zo simpel is het en het geldt totaal met beleggingen. Je mogelijkheden, beleggingsmogelijkheden, zijn groter, wanneer je een groter vermogen hebt. Dus bundeling van vermogen, het samenbundelen van vermogen.”
Tot slot wordt genoemd dat bijeengehouden vermogen in sommige gevallen makkelijker inkomsten genereert dan vermogensbestanddelen afzonderlijk, waarmee de kosten om het vermogen in stand te houden makkelijker kunnen worden voldaan. Het bijeenhouden van alle gronden behorende bij een landgoed kan hier een voorbeeld van zijn. De pachtinkomsten van land, huurinkomsten van de verschillende gebouwen en incidentele inkomsten van bijvoorbeeld houtkap helpen bij de instandhouding van het landgoed. Worden de gronden bij het landgoed verdeeld of verkocht, dan kan de instandhouding moeilijker worden. Een adviseur zegt hierover:
“Wil je dus zeg maar ook fysiek het landgoed in stand kunnen houden, dan (…) heeft het landgoed ook een kritische omvang nodig. En als je het gaat verdelen (…) dan is de instandhouding des te moeilijker. Grote landgoederen kun je over het algemeen makkelijker in stand houden dan kleinere landgoederen. De verhouding landbouwgrond en gebouwen speelt altijd een belangrijke rol, want gebouwen, vooral als het monumenten zijn, kosten vaak geld. En landbouwgrond levert geld op in de vorm van pacht. Dus het één staat ten dienste van het ander.”
De toevoeging dat het vermogen binnen één familie in stand gehouden moet worden is soms ingegeven door het feit dat er sprake is van vermogen dat al heel lang tot een familie behoort. Als er in de interviews wordt gesproken over landgoederen, familiebedrijven en/of kunstcollecties die al meerdere generaties tot een familie behoren wordt dit antwoord meerdere malen gegeven. Bijvoorbeeld door deze estate planner:
“Een enkele keer heb je wel eens mensen die zeggen van nou het moet echt in die lijn naar mijn kleinkinderen ook weer. Dat is zeg maar meer het (…) familievermogen wat zij dan ook weer geërfd hebben. (…) daar zit echt een stickertje op. Dat moet echt binnen de dynastie blijven.”
Een andere mogelijkheid kan zijn dat de rechthebbende van het vermogen voor ogen heeft dat eventuele schoonfamilie dient te worden buitengesloten bij de verkrijging van het vermogen. De rechthebbende wil dat het vermogen overgaat naar zijn nageslacht en niet in handen van schoonfamilie terechtkomt. Het volgende voorbeeld komt van een estate planner:
“Aan de andere kant, door zeggenschap op een bepaalde manier in de verpakking eigenlijk in te bakken, voorkom je dat bepaalde dingen een gespreksonderwerp kunnen worden met aangetrouwde buitenstaanders. (Een voorbeeld: toevoeging ams) Ik heb een kwart van de certificaten in het familiebedrijf. In het administratiekantoor zitten ook mijn drie zussen in het bestuur. Maar daarnaast zijn er vijf buitenstaanders die ons kunnen overstemmen. En dat betekent dus dat mijn echtgenote van alles en nog wat kan vinden, maar al ga je op je hoofd staan, ik heb geen doorslaggevende invloed.”
Dit laatste onderwerp van het buiten de deur houden van schoonfamilie leidt er ook toe dat de rechthebbende in sommige gevallen ten opzichte van zijn partner een structuur wil opzetten. Het idee is dan dat de partner na het overlijden van de rechthebbende, een gedeelte van, het vermogen nog mag gebruiken, maar dat het vermogen na het overlijden van de partner uiteindelijk bij zijn kinderen of andere bloedverwanten terechtkomt, waardoor het voor de familie behouden blijft. Door een adviseur wordt hierover gezegd:
“Ja, ik zie vaak dat de eigendom gewoon bij de familie zelf moet blijven. (…) Nou zeg maar dat het landgoed van vader komt en dat blijft dan bij vader. En moeder mag op het kasteel wonen en doet alles, maar is meestal geen eigenaar. En je ziet ook vaak dat in die testamenten of in een samenlevingsovereenkomst enzo, dat dat ook echt wordt uitgesloten.”