Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/10.3.4
10.3.4 Hoofdregel van het formeel toepassingsgebied van de bevoegdheidsregeling
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS577559:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
De woonplaats van de eiser is niet van belang; zie HvJ EG 13 juli 2000, zaak C-412/98 (Group Josi/LIGIC), Jur. 2000, p. 1-5925, NJ 2003, 597. Zie ook Strikwerda 2005, nr. 232.
Strikwerda 2005, nr. 232.
Zie Vlas (Burgerlijke Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen), art. 60 EEX-Vo, aant. 2. Nu in het Verenigd Koninkrijk en Ierland het begrip statutaire zetel onbekend is, stelt art. 60 lid 2 EEX-Vo de 'registered office' gelijk met de statutaire zetel. In geval geen 'registered office' bestaat wordt de 'place of incorporation' (de plaats van oprichting) daarmee gelijkgesteld. Ontbreekt ook de 'place of incorporation' dan wordt teruggevallen op de plaats krachtens het recht waarvan de vorming is geschied.
Zie Vlas (Burgerlijke Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen), art. 60 EEX-Vo, aant. 2.
In de verhouding tot Denemarken bleef, voor de inwerkingtreding van de overeenkomst waarin de bepalingen van de onderhavige verordening tot Denemarken worden uitgestrekt, het EEX-Verdrag van toepassing en diende de Nederlandse rechter op basis van art. 53 EEX-Verdrag te moeten bepalen waar de vennootschap of rechtspersoon was gevestigd. Art. 53 EEX-Verdrag verwees voor wat betreft de vaststelling van de plaats van vestiging (de plaats van vestiging wordt gelijkgesteld met de woonplaats) naar de regels van het voor de geadieerde rechter geldende IPR. De Nederlandse rechter diende dus te kijken naar de regels van Nederlands IPR en volgens het Nederlands IPR geldt de leer van de statutaire zetel. Nu volgens art. 53 EEX-Verdrag de woonplaats moest worden bepaald aan de hand van het ipr van de geadieerde rechter was in het EEX-Verdrag de strijd om de leer van de werkelijke zetel en de incorporatieleer weer van belang.
De hoofdregel van het formeel toepassingsgebied van de bevoegdheidsregeling van de EEX-Vo is neergelegd in artikel 2 EEX-VO. Uit de artikelen 2, 3 en 4 EEX-Vo volgt dat uitsluitend de woonplaats van de verweerder beslissend is voor de vraag naar de formele toepasselijkheid van de EEX-VO. De nationaliteit van de verweerder is niet van belang.1 De rechter van het land waar de verweerder zijn woonplaats heeft is bevoegd (forum rei).
Ingeval de verweerder een vennootschap of rechtspersoon is, wat in geschillen betreffende het mededingingsrecht veelal het geval zal zijn, wordt ex artikel 60, eerste lid van de EEX-VO de vennootschap of rechtspersoon voor wat betreft de toepassing van de verordening geacht woonplaats te hebben op de plaats van haar statutaire zetel, haar hoofdbestuur of haar hoofdvestiging.2 Onder het begrip hoofdbestuur wordt verstaan het centrum van de bestuursactiviteiten en onder het begrip hoofdvestiging wordt verstaan het centrum van de bedrijfsactiviteiten.3 Tussen de verschillende criteria bestaat geen hiërarchie. Als gevolg van het feit dat meerdere criteria naast elkaar worden gebruikt ter bepaling van de woonplaats, kunnen meerdere rechters van verschillende lidstaten bevoegd zijn. Mogelijke negatieve jurisdictiegeschillen worden aldus voorkomen.4 De mogelijke positieve jurisdictiegeschillen moeten met toepassing van de regels betreffende litispendentie en connexiteit worden opgelost (artikelen 27-30 EEX-vo).5