Einde inhoudsopgave
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/1.8.4
1.8.4 Overige begrippen
mr. F.G. Laagland, datum 15-07-2013
- Datum
15-07-2013
- Auteur
mr. F.G. Laagland
- JCDI
JCDI:ADS383723:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Richtlijn 68/151/EEG van de Raad van 9 maart 1968 strekkende tot het coördineren van de waarborgen, welke in de Lid-Staten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 58 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks ten einde die waarborgen gelijkwaardig te maken (PbEEG 1968, L 65/8), laatstelijk gewijzigd door Richtlijn 2003/58/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEG 2003, L 221/13).
De Tiende Richtlijn is van toepassing op de lidstaten van de Europese Unie. Vanwege een Overeenkomst met de landen van de Europese Economische Ruimte (EER) geldt de Tiende Richtlijn ook voor IJsland, Noorwegen en Liechtenstein. Waar in het onderzoek wordt gesproken over lidstaten wordt eveneens op de EER-landen gedoeld.
Voor de betekenis van het begrip ‘kapitaalvennootschap’ is aangesloten bij de definitie die de Tiende Richtlijn hanteert. Het gaat om een vennootschap als bedoeld in art. 1 van de Eerste Richtlijn inzake het vennootschapsrecht.1 Hieronder vallen voor Nederland de naamloze vennootschap (NV) en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BV). Voor Duitsland zijn dit de Duitse Aktiengesellschaft (AG), de Gesellschaft mit beschränkter Haftung (GmbH) en de Kommanditgesellschaften auf Aktien (KGaA) en voor België de naamloze vennootschap (NV) en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BVBA). Voorts verstaat de Tiende Richtlijn onder het begrip ‘kapitaalvennootschap’ een rechtspersoon die rechtspersoonlijkheid bezit, een afgescheiden vermogen heeft dat uitsluitend voor de schulden van de vennootschap kan worden aangesproken en die zich overeenkomstig de op haar van toepassing zijnde nationale wetgeving moet houden aan de waarborgen zoals bedoeld in voornoemde Eerste Richtlijn. De Belgische commanditaire vennootschap op aandelen (Comm. VA) voldoet aan deze omschrijving. Dit geldt ook voor de Duitse genossenschaftliche Prüfungsverbände. De Duitse wetgever heeft deze rechtspersoon op grond van art. 3 lid 2 Tiende Richtlijn evenwel van het toepassingsbereik uitgesloten. Tot slot valt de SE onder de definitie van kapitaalvennootschap.
Verder nemen de begrippen ‘werknemer’, ‘betrokken vennootschap’, ‘dochteronderneming’ en ‘vestiging’ een belangrijke plaats in binnen het onderzoek. Aan deze begrippen wordt op Europees niveau en op nationaal niveau niet altijd dezelfde eenduidige uitleg gegeven. Dit maakt het onmogelijk op voorhand algemene definities te formuleren. Op deze begrippen wordt in de afzonderlijke hoofdstukken uitgebreid ingegaan.
Tot slot. Bij de bespreking van het buitenlandse recht ontkom ik er niet aan Duitse en Belgische begrippen te vermelden als een één op één vertaling in het Nederlands niet voorhanden is of de duidelijkheid van het begrip niet ten goede komt. Deze begrippen worden in de tekst schuin gedrukt weergegeven. Deze schrijfwijze geldt niet voor buitenlandse wetteksten en afkortingen.
Het onderzoek is afgesloten op 1 juni 2013. Nadien verschenen literatuur en rechtspraak is zoveel mogelijk nog verwerkt.