Einde inhoudsopgave
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/1.8.3
1.8.3 De rol van de werknemers
mr. F.G. Laagland, datum 15-07-2013
- Datum
15-07-2013
- Auteur
mr. F.G. Laagland
- JCDI
JCDI:ADS384925:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Goodijk & Sorge (2005), p. 13.
Van het Kaar & Smit (2007), p. 38.
Voor een uitgebreide uiteenzetting en literatuurverwijzing wordt verwezen naar Verburg (2007a), p. 20.
Jacobs (2003), p. 207; Heerma van Voss (2003), p. 217.
Deze wet zou de huidige Wet op de ondernemingsraden vervangen, maar is op 5 oktober 2005 ingetrokken.
Kamerstukken II 2004/05, 29 818, nr. 3, p. 1-2.
SER (2003), p. 59. Deze definitie wordt herhaald in de notitie consultatief overleg van de SER-Commissie Arbeid, Onderneming en Medezeggenschap van 21 september 2009.
Verburg (2007a), p. 20.
Van het Kaar & Smit (2007), p. 37; Roest (1996), p. 4.
Art. 16 Tiende Richtlijn verwijst naar de in art. 1 (k) SE-Richtlijn gehanteerde definitie van medezeggenschap.
Sinds 1983 bepaalt art. 19 lid 2 van de Grondwet: ‘De wet stelt regels omtrent de rechtspositie van hen die arbeid verrichten en omtrent hun bescherming daarbij, alsmede omtrent medezeggenschap’. Een definitie van medezeggenschap ontbreekt. In de Nederlandse Grote van Dale wordt onder medezeggenschap verstaan: ‘het recht over iets mee te mogen spreken, met gedachte aan invloed op de beslissing of besluitvorming.’ Als synoniem voor medezeggenschap wordt het begrip inspraak genoemd dat inhoudt: ‘het recht van werknemers om in het beheer van een onderneming of een bedrijf mee te spreken’. Zo simpel als de Van Dale het stelt, is het juridisch gezien niet. Dit blijkt wel uit het feit dat binnen Nederland over dit begrip een uitgebreide hoeveelheid literatuur voorhanden is. Medezeggenschap is aangeduid als ‘moeilijk te definiëren’ en een ‘containerbegrip’1 of als een ‘multiinterpretabel begrip waar een ieder uitpikt wat in zijn kraam te pas komt’.2 Hoewel de meeste auteurs verschillende definities hanteren, komt het volgens Verburg qua steekwoorden steeds uit op het drieluik: meeweten, meespreken en meebeslissen, en wel door werknemers.3
Een ander punt is ten aanzien waarvan het meeweten, meespreken en meebeslissen geldt. De medezeggenschap van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) varieert van het recht op informatie, het recht te worden geraadpleegd, het recht advies uit te brengen en/of het recht in te stemmen met bepaalde besluiten (WOR-bevoegdheden) tot bevoegdheden inzake de samenstelling van de organen in de vennootschap (boek 2 BW-bevoegdheden). Een beperkt aantal auteurs gaat er in zijn definitie vanuit dat medezeggenschap slechts betrekking heeft op de medezeggenschap bij besluiten van de ondernemer in de zin van de WOR.4 Ook het kabinet leek met het wetsvoorstel Wet Medezeggenschap Werknemers uit 2004 deze strikte uitleg aan te hangen.5 Het begrip medezeggenschap werd weliswaar niet gedefinieerd, maar in de memorie van toelichting merkt het kabinet op dat de WOR en het betreffende wetsvoorstel de medezeggenschapsregels gaven ter uitwerking van art. 19 lid 2 Grondwet.6 De Sociaal-Economische Raad (SER) hanteerde in zijn advies op het wetsvoorstel een bredere definitie. De SER verstaat onder medezeggenschap ‘(…) de mogelijkheid voor werknemers om in collectief verband uitdrukking te geven aan verantwoordelijkheidszin voor de gang van zaken van de onderneming, invloed uit te oefenen op de besluitvorming van de ondernemer ten aanzien van de aangelegenheden die hun positie wezenlijk raken, en zelf op te komen voor de bescherming en bevordering van hun belangen’.7 Een dergelijke brede hantering sluit aan bij de meerderheidsopvatting in de literatuur. Verburg verstaat onder medezeggenschap ‘het geheel van regels dat ziet op (i) de betrokkenheid van de werknemers bij de sturing van de onderneming en bij de beslissingen die hen aangaan, alsmede (ii) de invloed van de werknemers op de samenstelling van het toezichthoudend of bestuursorgaan van de onderneming’.8 Ook Van het Kaar, Smit en Roest staan een dergelijk ruime definitie voor.9
Op Europees vlak hanteert men een ander begrippenarsenaal. Richtlijn 2001/86/EG betreffende de rol van werknemers bij de SE (SE-Richtlijn) definieert het medezeggenschapsbegrip voor het eerst. Art. 1 (k) van deze richtlijn verstaat onder medezeggenschap ‘de invloed van het orgaan dat de werknemers vertegenwoordigt en/of van de werknemersvertegenwoordigers op de gang van zaken bij een vennootschap via het recht om een aantal leden van het toezichthoudend of het bestuursorgaan van de vennootschap te kiezen of te benoemen, of het recht om met betrekking tot de benoeming van een aantal of alle leden van het toezichthoudend of het bestuursorgaan van de vennootschap aanbevelingen te doen of bezwaar te maken’. De Tiende Richtlijn hanteert hetzelfde medezeggenschapsbegrip.10 Europeesrechtelijk beschouwd vallen informatie- en raadplegingsbevoegdheden dus niet onder het begrip medezeggenschap. Deze bevoegdheden duidt men aan met het begrip ‘betrokkenheid’. Het begrip ‘rol van werknemers’ omvat zowel de medezeggenschap als de betrokkenheid.
Duidelijk is dat van het begrip medezeggenschap geen eenduidige definitie voorhanden is. Terwijl in Nederland doorgaans zowel de WOR-bevoegdheden als de boek 2 BW-bevoegdheden onder het begrip worden geschaard, is dat op Europees niveau anders. Het Nederlandse brede begrip van medezeggenschap omvat hetgeen men op Europees niveau aanduidt met de term rol van werknemers. Europese medezeggenschap omvat slechts de boek 2 BW-bevoegdheden. Nu de Europese regelgeving – meer specifiek de Tiende Richtlijn – in dit onderzoek een centrale positie inneemt, sluit ik aan bij de op Europees niveau gebruikte definities. Daar komt bij dat de Nederlandse wetgever zich bij de implementatie van de Tiende Richtlijn ook van de Europese terminologie bediende. Dit leidt tot de volgende drie definities:
De betrokkenheid van werknemers: de invloed van werknemers(vertegenwoordigers) op de besluitvorming van de ondernemer. De betrokkenheid heeft betrekking op de informatieverstrekking aan en de raadpleging van werknemers (vertegenwoordigers) en omvat tevens het recht tot het uitbrengen van advies.
De medezeggenschap van werknemers: de invloed van de werknemers(vertegenwoordigers) op de gang van zaken bij een vennootschap via het recht om een aantal leden van het leidinggevende, toezichthoudende of bestuursorgaan te benoemen, dan wel daartoe aanbevelingen te doen of daartegen bezwaar te maken.
De rol van de werknemers: zowel de betrokkenheid als de medezeggenschap.