De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring
Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/8.6.1:8.6.1 Het recht van verzet en de mogelijkheid om een vervangende waarborg te verzoeken: drie vraagstukken
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/8.6.1
8.6.1 Het recht van verzet en de mogelijkheid om een vervangende waarborg te verzoeken: drie vraagstukken
Documentgegevens:
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250422:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een crediteur kan verzet instellen tegen het voornemen van de moedermaatschappij om de overblijvende aansprakelijkheid te beëindigen door een verzoek daartoe in te dienen bij de rechtbank van de woonplaats van de 403-maatschappij.1 De crediteur kan dan een vervangende waarborg verlangen voor de voldoening van zijn vordering op de 403-maatschappij.2
Het onderzoeken van het recht van crediteuren om verzet in te stellen en een vervangende waarborg te verzoeken, valt uiteen in de beantwoording van drie vragen. Ten eerste onderzoek ik welke crediteuren verzet kunnen instellen (§ 8.6.2, § 8.6.3 en § 8.7). Vervolgens geef ik antwoord op de vraag onder welke omstandigheden een crediteur die verzet heeft ingesteld recht heeft op een vervangende waarborg (§ 8.8). Aansluitend onderzoek ik welke omvang deze vervangende waarborg moet hebben (§ 8.9 en § 8.10). Ter verduidelijking van de beantwoording van deze drie vragen en om hun onderlinge samenhang te illustreren, zal ik tot slot een drietal rekenvoorbeelden geven waarbij ik telkens naga of de crediteur verzet kan instellen, of hij recht heeft op een vervangende waarborg en welke omvang die waarborg dan (minimaal) moet hebben (§ 8.11).