Gegevensbescherming in faillissement
Einde inhoudsopgave
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/8.3.3:8.3.3 Snelheid en zorgvuldigheid
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/8.3.3
8.3.3 Snelheid en zorgvuldigheid
Documentgegevens:
mr. M.D. Reijneveld, datum 01-08-2022
- Datum
01-08-2022
- Auteur
mr. M.D. Reijneveld
- JCDI
JCDI:ADS675689:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de verschillende casus die in dit onderzoek centraal staan, komt steeds eenzelfde beeld naar voren. Het faillissement gaat gepaard met tijdsdruk en een gebrek aan geld. Als een curator wordt benoemd in een faillissement is er geen ruime tijd om alle persoonsgegevens te inventariseren en te toetsen of deze door de failliet in lijn met de AVG zijn verwerkt. Bovendien is de centrale doelstelling van de curator om het vermogen van de gefailleerde te gelde te maken en de opbrengsten te verdelen onder de gezamenlijke schuldeisers. Als de curator een (deel van een) onderneming wil doorstarten, een klantenbestand wil overdragen of een onderneming tijdelijk wil voortzetten, is er over het algemeen weinig tijd om dat tot stand te brengen. Tegelijkertijd is bijvoorbeeld in de INSOLAD Praktijkregels ook bepaald dat de curator zijn werkzaamheden zorgvuldig, vakkundig, voortvarend en doelmatig uitvoert. De AVG voegt aan deze zorgvuldigheid mogelijk een nieuwe laag toe. De curator moet op basis van de AVG een aantal handelingen uitvoeren die de vaart enigszins uit de faillissementsprocedure kunnen halen.
Als voorbeeld kan de verkoop van een klantenbestand worden gebruikt. Deze casus heb ik niet uitgebreid behandeld in mijn boek omdat op dit punt vrij duidelijk is wat de stand van zaken is.1 Een curator kan een klantenbestand overdragen nadat hij van alle betrokkenen toestemming heeft verkregen. Dit kost veel tijd: een curator kan persoonsgegevens van een betrokkene pas overdragen nadat die betrokkene daarvoor actief toestemming heeft gegeven. Dit kan geen opt-out zijn maar moet een opt-in-verklaring betreffen. Bovendien moet de curator reageren op alle eventuele verzoeken van betrokkenen. Dit kan een behoorlijk tijdrovende bezigheid voor de curator zijn en er bestaan slechts weinig mogelijkheden om de verzoeken te beperken.2
Dit zorgt ervoor dat, door de verwerking van die persoonsgegevens, de faillissementsprocedure aan snelheid kan inboeten. Er bestaan wel opties om dit zo veel als mogelijk te beperken, door bijvoorbeeld een (gestandaardiseerde) privacyverklaring te gebruiken, door verzoeken van betrokkenen uit te besteden aan een verwerker en door het betrokkenen zo eenvoudig mogelijk te maken om toestemming te verlenen. Ook zal het wellicht helpen als er duidelijke richtlijnen voor een curator bestaan zodat de individuele curator niet in elk faillissement het wiel opnieuw moet uitvinden. Toch ontkomt een curator er niet aan dat zijn snelheid wordt beperkt door de zorgvuldige behandeling van persoonsgegevens.