Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/35.2
35.2 Institutionele aspecten
prof. mr. B. van der Meulen, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. B. van der Meulen
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Art.5:4 lid 1 Awb.
Zie daarover S. Prechal en R.J.G.M. Widdershoven (red.), Inleiding tot het Europees bestuursrecht, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2017.
Art. 4 CoVo. Voorts bevat de CoVo een regeling voor delegatie, zie art. 30.
Art. 5 lid 1 sub a Covo. Wellicht is deze gewrongen constructie te verklaren uit het gegeven dat de Verordening zich hier in feite gedraagt als richtlijn door zich te richten tot nationale wetgevers.
Art. 3 lid 1 aanhef en onder b Warenwetbesluit Hygiëne van levensmiddelen. Letterlijk staat er ‘de diensten waarbij de krachtens de Warenwet aangewezen ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens de Warenwet gestelde voorschriften, werkzaam zijn.’
Onder de Awb komen toezichtsbevoegdheden toe aan natuurlijke personen uit hoofde van hun aanstelling als toezichthouder.1 De bevoegdheid bestuurlijke sancties op te leggen, vergt specifieke wettelijke toekenning en komt toe aan bestuursorganen.2
Niettegenstaande het beginsel van institutionele autonomie,3 kent de Controleverordening rechtstreeks bevoegdheden toe aan de nationale bevoegde autoriteiten. De belangrijkste rol die aan de nationale wetgever is gebleven, is het aanwijzen van de bevoegde autoriteit.4 In aanvulling daarop bevat de Controleverordening de curieuze verplichting voor bevoegde autoriteiten om te beschikken over (onder meer) ‘procedures en/of regelingen om de doeltreffendheid en relevantie van de officiële controles en andere officiële activiteiten te waarborgen’.5
In Nederland zijn de ministers van VWS respectievelijk LNV bevoegd inzake het opleggen van herstelsancties en bestraffende sancties. De NVWA is de bevoegde autoriteit voor toezicht.6 Deze constructie heeft tot gevolg dat de toezichtbevoegdheden ingevolge de Awb toekomen aan de toezichthoudende ambtenaren en toezichthoudende bevoegdheden op grond van de Controleverordening aan de dienst NVWA (die daardoor bestuursorgaan wordt). Naar Nederlands recht is er dan nog een mandaat nodig van de NVWA aan de toezichthoudende ambtenaren.