Mededinging en verzekering
Einde inhoudsopgave
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/5.3.3:5.3.3 Toepassing van de Bipar regels in de praktijk
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/5.3.3
5.3.3 Toepassing van de Bipar regels in de praktijk
Documentgegevens:
mr. drs. G.T. Baak, datum 11-12-2019
- Datum
11-12-2019
- Auteur
mr. drs. G.T. Baak
- JCDI
JCDI:ADS183516:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
18 (gelijk aan 10%) respectievelijk 35 (gelijk aan 20%) van de respondenten gaven aan dat principe 4 niet of soms werd toegepast.
Ik laat me op deze plaats niet (uitgebreid) uit over de mogelijke gevolgen die de niet naleving van de zelfregulering heeft op het gebied van compliance. Voorstelbaar is dat niet naleving van de regels gevolgen kan hebben voor de compliance van een organisatie op het terrein van zelfregulering.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het praktijkonderzoek is een tweetal vragen gesteld over de toepassing van de Bipar regels bij het sluitingsproces. Eerst is gevraagd of de respondent bekend is met de regels, waarna – bij een bevestigend antwoord op die vraag – is gevraagd of de regels ook worden toegepast binnen de branche waarin de respondent werkzaam was. Daarbij is als toelichting de tekst van de principes in de vraagstelling opgenomen.
Figuur 5.7
172 respondenten gaven aan bekend te zijn met de Bipar-regels. 58 respondenten wist niet van het bestaan af, althans gaven aan niet bekend te zijn met deze regels. Aan de groep respondenten die bekend was met de regels is gevraagd hoe vaak zij deze toepassen in de praktijk, waarbij als mogelijkheden werd gegeven: ‘altijd’, ‘vaak’, ‘soms’, ‘niet’ of ‘weet ik niet’. De uitkomsten zijn weergegeven in figuur 5.7.
Het is niet alleen opmerkelijk dat zo’n 25 % van de respondenten niet bekend is met de Bipar regels, maar ook dat er een vrij groot verschil bestaat is in de naleving van de vijf regels. Hoewel de categorieën ‘Altijd toegepast’ en ‘Vaak toegepast’ relatief vaak zijn gekozen, springt in het oog dat een flink aantal respondenten aangaf dat principe 4 niet of soms werd toegepast.1 Het is een uitkomst die mij in zin verrast heeft, dat juist dit principe dat ziet op de praktijk van best terms clausuleringen, waartegen de Europese Commissie als gezegd bezwaren uitte, in de coassurantiemarkt niet en/of soms wordt toegepast. Is een verklaring hiervoor dat opwaartse premieverhoging niet (meer) voorkomt in de Nederlandse coassurantiemarkt en de respondenten daarom dit principe niet toepassen? In het onderhavige onderzoek heb ik dit niet kunnen achterhalen. Ook verbaast het mij dat (bij principe vier) de categorie ‘weet ik niet’ ten opzichte van de overige principes relatief groot is. Daarbij geldt dat het niet alleen verzekeraars zijn die deze categorie hebben gekozen, maar ook de partij die het meest ermee te maken heeft: de makelaars. Blijkbaar zijn de Bipar regels niet voldoende bekend in de markt. Dit blijkt ook al uit het feit dat zo’n 25 % van de respondenten niet bekend zijn met deze regels. In dat kader zou het aanbeveling verdienen als meer aandacht wordt geschonken vanuit de organisaties die betrokken zijn bij het coassurantieproces (makelaars, verzekeraars en de brancheorganisaties) aan het bewustzijn van de regels.2