Heffingsmethoden, een valse dichotomie?
Einde inhoudsopgave
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/4.2.4:4.2.4 Tussenanalyse
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/4.2.4
4.2.4 Tussenanalyse
Documentgegevens:
Dr. H.M. Roose, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
Dr. H.M. Roose
- JCDI
JCDI:ADS441135:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vanuit een oogpunt van zo laag mogelijk uitvoeringslasten voor de Belastingdienst automatiseert deze in steeds verdergaande mate het proces van het vaststellen van aanslagen. In voorkomende gevallen leidt dit ertoe dat bepaalde fouten in aangiften niet worden opgemerkt door de risicoselectiesystemen die de Belastingdienst daarbij toepast. Door de grote hoeveelheid aangiften kan het bij dit soort fouten als snel om grote aantallen en om grote financiële belangen voor de schatkist gaan. De praktijk is dat er in dit soort gevallen aan de nodige voorwaarden moet zijn voldaan voordat de Belastingdienst tot herstel in de vorm van een navorderingsaanslag kan overgaan. Dit betekent dat in bepaalde gevallen navordering niet mogelijk is. Dat heeft inmiddels tot verschillende voorstellen tot versoepeling op het gebied van de navorderingsvereisten geleid. Hierdoor kan Belastingdienst in meer gevallen overgaan tot het corrigeren van aanslagen waarbij de materiële belastingschuld achteraf hoger blijkt te zijn dan hetgeen is geformaliseerd in de aanslag. De correctiemogelijkheden voor de Belastingdienst worden hierdoor vergroot.
Ik leid uit het voorgaande af dat naast de factor uitvoeringslasten voor de Belastingdienst er nog twee factoren een rol hebben gespeeld in de gemaakte afwegingen op het vlak van de navorderingsvereisten. Dit betreft de in de eerste plaats de correctiemogelijkheden voor de Belastingdienst (rechtshandhaving ten behoeve van de rechtsgelijkheid). De andere relevante factor in het geheel betreft de behoefte aan rechtszekerheid van belastingplichtigen. Belastingplichtigen willen het liefst niet worden geconfronteerd met correcties achteraf. Van de Belastingdienst wordt daarom een bepaalde mate van zorgvuldigheid verwacht bij het vaststellen van de aanslag. En als achteraf blijkt dat de aanslag te laag is geweest, kan deze slechts onder voorwaarden worden verhoogd.
Het deelonderzoek naar de ontwikkelingen op het vlak van de navorderingsvereisten sluit ik hiermee af. In de volgende paragraaf sta ik stil bij de – eveneens wettelijke – ontwikkelingen op het vlak van de actieve informatieplicht.