Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/3.4.4.2
3.4.4.2 Verzekeringsplicht en vanuit en naar Nederland verplaatste voertuigen
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS398403:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie hiervoor het verslag van de bijeenkomst van de Europese Commissie met de lidstaten van 28 september 2006, document MARKT/2531/06 van 27 oktober 2006.
Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I), PbEG 2008, L 177/6. Deze Verordening is – met uitzondering van art. 26 (dat hier niet ter zake doet) – in werking getreden op 17 december 2009.
Naar Nederlands recht, art. 3:90 lid 1 BW, vindt levering plaats door bezitsverschaffing, dus bijvoorbeeld door overhandiging van de sleutels en door ter beschikkingstelling van de voertuigdocumenten.
Art. 2 lid 7 onderdeel c Wam is ingevoerd met de omzetting van de 5e Richtlijn in de Nederlandse wetgeving. Het regelt het geval van verzending (‘export’) van een motorrijtuig van de ene lidstaat naar een andere. Zie paragraaf 3.3.5.4.
Wordt een voertuig vanuit een andere lidstaat naar Nederland verkocht en geleverd, dan dient het, ook voordat het van een Nederlands kenteken is voorzien, gedurende dertig dagen na ‘aanvaarding van de levering’, bij een in Nederland toegelaten Wam-verzekeraar te worden verzekerd. Wordt een naar Nederland verzonden voertuig binnen deze periode van dertig dagen niet in Nederland geregistreerd, dan zal als lidstaat waar het risico is gelegen weer hebben te gelden de lidstaat van oorsprong van het voertuig. De verzekeringsplicht zal dan weer daar komen te rusten. Omgekeerd zal de verzekeringsplicht gedurende deze periode van dertig dagen in een andere lidstaat komen te rusten, als een Nederlands voertuig naar een andere lidstaat wordt verkocht en geleverd.
De vraag wanneer de aanvaarding van de levering heeft plaatsgevonden (dat moment bepaalt wanneer de termijn van dertig dagen aanvangt) moet naar het toepasselijke nationale (burgerlijk) recht worden vastgesteld.1
Op grond van art. 4lid1 onder a van Verordening Rome I wordt, rechtskeuze buiten beschouwing gelaten, de koopovereenkomst beheerst door het recht van het land waar de verkoper zijn gewone verblijfplaats heeft.2 Dat recht beheerst ook de nakoming van de overeenkomst, waaronder de levering.3
Als de Nederlandse koper zijn in een andere lidstaat gekochte voertuig bij een Nederlandse verzekeraar in dekking heeft gegeven en niet binnen dertig dagen voor registratie in Nederland heeft gezorgd, blijft deze verzekering, als zij voor een langere periode is afgesloten, civielrechtelijk geldig. Weliswaar is dan de lidstaat van het risico wederom de lidstaat van oorsprong en zal de verzekeringsplicht daar weer komen te rusten, terwijl de Nederlandse polis niet aan de eisen van die lidstaat voldoet, maar dat heeft hooguit bestuurs- en strafrechtelijke gevolgen in de lidstaat van oorsprong. Benadeelden kunnen zich tot die verzekeraar wenden. Hetzelfde geldt omgekeerd als een Nederlandse auto naar een andere lidstaat wordt verkocht, daar wordt verzekerd en niet binnen dertig dagen van een kenteken wordt voorzien.
Het is van belang in herinnering te roepen, dat de 5e Richtlijn alleen de lidstaat waar het risico is gelegen, wijzigt. Het aldus van de ene naar een andere lidstaat overgebrachte voertuig blijft, zolang het in de lidstaat van bestemming niet van een kenteken is voorzien, gewoonlijk gestald in de lidstaat van oorsprong. Zie voor het begrip ‘gewoonlijk gestald’ in de Wam paragraaf 4.5.4.2 onder b.
Daarbij moet wel worden bedacht dat het voertuig, als het kenteken niet (meer) met het voertuig overeenkomt in de zin van art. 1, punt 4, onderdeel d van de Richtlijn, in geval van een ongeval voor de afhandeling van de gevolgen daarvan geacht wordt gewoonlijk gestald te zijn in de lidstaat van het ongeval. Wordt een motorrijtuig vanuit een andere lidstaat naar Nederland verkocht en geleverd, dan zal het in de lidstaat van oorsprong gewoonlijk worden voorzien van een exportkenteken. Een dergelijk kenteken is slechts een beperkte tijd geldig. Na afloop van de geldigheidstermijn van dit kenteken stemt dit niet meer overeen met het voertuig. De gevolgen daarvan voor de vraag tot wie de benadeelde zich na een ongeval kan wenden komen aan de orde in paragraaf 4.5.4.2 onder e. Omgekeerd zal een Nederlands motorrijtuig, bij verzending daarvan naar een andere lidstaat, na afloop van de geldigheid van een in Nederland afgegeven exportkenteken niet meer als gewoonlijk in Nederland gestald hebben te gelden.