Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/2.5.0
2.5.0 Introductie
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 28 februari 2002, Stb. 2002, 111.
Wet van 6 februari 2003, Stb. 2003, 56.
Wet van 6 oktober 2005, Stb. 2005, 534.
Wet van 6 oktober 2005, Stb. 2005, 530. Het aanpassen van de Paspoortwet vond afzonderlijk plaats, aangezien dit bij Rijkswet diende te geschieden (Rijkswet van 28 juni 2006, Stb. 2006, 352).
Wet van 2 juli 2003, Stb. 2003, 314. De titel van deze wet verwijst niet expliciet naar de dualisering van het gemeentebestuur. Dat dit verband er wel degelijk is, blijkt uit de considerans van de wet.
Wet van 5 maart 2009, Stb. 2009, 169.
Commissie-Leemhuis-Stout (2004).
Zie TK 30903 nr 151'`.
Binnen de hierboven genoemde grondwettelijke grenzen zijn derhalve alleen de modellen I en II haalbaar. Hieronder zal aan de hand van een beknopt overzicht van de dualiseringswet- en regelgeving worden geverifieerd of de dualiseringsoperatie inderdaad binnen dit grondwettelijke kader is gebleven. Ten aanzien van de formele wetgeving — waarover deze paragraaf handelt — valt op dat de dualiseringsoperatie gestalte heeft gekregen in een groot aantal, elkaar snel opvolgende wijzigingen van de Gemeentewet. Na de oorspronkelijke Wet dualisering gemeentebestuur1 volgde een eerste2 en een tweede3 Aanpassingswet, alsmede een Wet dualisering medebewindsbevoegdheden.4 In het spoor van de dualisering volgde verder een lziging van de Gemeentewet op het terrein van de begroting en de jaarrekening. 5 De voorlopig laatste dualiseringswe6 volgde op het evaluatierapport van de commissie-Leemhuis.7 Of dit de laatste dualiseringswet zal zijn, kan overigens worden betwijfeld. In haar evaluerende notitie "De staat van de dualisering" kondigde de staatsseceretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties weer nieuwe wetgeving op het vlak van de dualisering aan.8 Er is voor gekozen niet iedere wet afzonderlijk te behandelen. Hieronder zullen de belangrijkste wijzigingen de revue passeren, die deze dualiseringswetten teweeg hebben gebracht in de verhouding tussen raad en college. Dit geschiedt langs de lijnen van de eerder in dit hoofdstuk onderscheiden categorieën 'legitimatie' en 'bevoegdheden'. Indien voor dit onderzoek relevant, zal in de volgende hoofdstukken dieper op de afzonderlijke dualiseringswetten worden ingegaan.