Financiële controle in het gemeenterecht
Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/2.5.1:2.5.1 Legitimatie
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/2.5.1
2.5.1 Legitimatie
Documentgegevens:
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
TK 27751 nr. 3, p. 50.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De kern van de Wet dualisering gemeentebestuur was volgens de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel de ontvlechting van de posities van de raad en het college, oftewel het vestigen van een incompatibiliteit tussen het raadslidmaatschap en het wethouderschap.1 Het doel van deze ontvlechting was tweeledig. De belangrijkste verwachting was dat zij, door het college en de raad op een zekere afstand van elkaar te laten opereren, zou zorgen voor een grotere transparantie en herkenbaarheid van de gemeentelijke politiek. Het verwijderen van de dubbelrol raadslid/wethouder zou (zo was de verwachting) de wethouders namelijk doen verdwijnen uit de fractiekamers, waardoor raad en college onafhankelijker ten opzichte van elkaar zouden komen te staan. Een ander voordeel van de nieuwe regeling was gelegen in de verruiming van de mogelijkheden wethouders te recruteren.
De invoering van de incompatibiliteit had nogal wat voeten in de aarde. Nu ook niet-raadsleden tot het ambt van wethouder geroepen kunnen worden, zijn aparte regelingen noodzakelijk geworden met betrekking tot bijvoorbeeld het afleggen van de eed of de belofte en ten aanzien van onverenigbare betrekkingen, waar deze vroeger als het ware ingebakken zaten in de vereisten voor het raadslidmaatschap. Voor wethouders die bij de raadsverkiezingen worden gekozen in de raad (bijvoorbeeld omdat zij lijsttrekker waren) bestaat thans bovendien een regeling van tijdelijke verenigbaarheid van het (demissionaire) wethouderschap met het raadslidmaatschap, vergelijkbaar met art. 57 lid 3 GW.
De bevoegdheid wethouders te benoemen en te ontslaan is onveranderd gebleven: zij berust nog steeds bij de gemeenteraad.