Sturen met proceskosten
Einde inhoudsopgave
Sturen met proceskosten (BPP nr. XII) 2011/7.1.2:7.1.2 Plan van behandeling
Sturen met proceskosten (BPP nr. XII) 2011/7.1.2
7.1.2 Plan van behandeling
Documentgegevens:
mr. P. Sluijter, datum 31-10-2011
- Datum
31-10-2011
- Auteur
mr. P. Sluijter
- JCDI
JCDI:ADS601327:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de volgende paragraaf (§ 7.2) zal eerst worden verantwoord waarom het rechtseconomische rationelekeuzemodel als uitgangsbenadering is gekozen bij de beschrijving van de werking van het civiele proces en waarom daarnaast gedragseconomische en empirische inzichten zijn gebruikt. Daarna wordt ingegaan op het economische basismodel over schikken en procederen (§ 7.3), waarbij twee complicaties specifiek worden besproken: de advocaat-cliëntrelatie en de verplichte informatie-uitwisseling. De relatie tussen deze twee complicaties en (het ontmoedigen van) onnodig vertragend en/of kostenverhogend procesgedrag zal daarbij ook aan bod komen.
Vervolgens wordt in paragraaf 7.4 ingezoomd op het afschrikken van verstorend procesgedrag (deterrence). Op basis van een vergelijking met de rechtseconomische literatuur over de onrechtmatige daad wordt geconcludeerd dat het ontmoedigen van verstorend procesgedrag het best kan plaatsvinden door pricing: het zo volledig mogelijk doorberekenen van de onnodige vertraging en kosten aan de veroorzaker op basis van risicoaansprakelijkheid.
In paragraaf 7.5 wordt onderzocht of de merites van de huidige proceskostenveroordeling op basis van het gelijk niet in de weg staan aan het gebruik van de kostenveroordeling voor een ander doel. Daarbij wordt de bestaande literatuur over de American rule versus de English rule geanalyseerd. De conclusie van die analyse is dat de positieve en negatieve effecten van beide regels tegen elkaar in werken, zodat daar geen argument uit voortvloeit om de kostenveroordeling niet in te zetten tegen verstorend procesgedrag.
Daarna wordt ingegaan op de functies van de kostenveroordeling als instrument ter gedragsbeïnvloeding (§ 7.6). De hoofdfunctie is preventie van verstorend procesgedrag, maar tegelijkertijd gaat er zowel een positief compensatie-effect van uit, als dat het een gevaar voor de voorspelbaarheid inhoudt. Ook wordt stilgestaan bij de effecten van verzekeringen, gesubsidieerde rechtsbijstand en insolventie op de preventiefunctie.
Ten slotte worden in de concluderende paragraaf 7.7 de verkregen inzichten samengevat, waarop in hoofdstuk 8 wordt voortgebouwd.