Einde inhoudsopgave
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/3.3.2
3.3.2 Slavernij
mr. drs. S.M.A. Lestrade, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. drs. S.M.A. Lestrade
- JCDI
JCDI:ADS383763:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
Voetnoten
Voetnoten
Lestrade & Rijken 2014, p. 669.
Allain & Bales 2012, p. 3.
Overigens is dit niet hetzelfde als een ouder die de zeggenschap heeft over zijn kind. Dit laatste heeft betrekking op het nemen van verantwoordelijkheid voor een minderjarige die onder het gezag van zijn ouders staat. Voorgaande neemt echter niet weg dat een persoon die buiten zijn normale ouderplichten treedt en verwordt tot een dictator ten aanzien van zijn kind, bij overtreding van artikel 273f Sr zou moeten kunnen worden vervolgd voor slavernij.
Zie ook Lestrade & Rijken 2014, p. 669.
Blijkens het Verdrag inzake slavernij uit 1926 houdt slavernij in de status of conditie van een persoon wiens eigendomsrecht hetzij in volle omvang, hetzij in beperkte mate wordt uitgeoefend door een ander. Een strikte interpretatie van het eigendomsrecht heeft nu evenwel weinig betekenis aangezien het sinds de afschaffing van de traditionele slavernij niet meer mogelijk is een eigendomsrecht over een ander te verkrijgen.1 Het verdient daarom de voorkeur een aangepaste definitie te formuleren waarin geen formeel eigendomsrecht bestaat, maar wel praktisch gezien de controle over een persoon door een ander wordt uitgeoefend. Het gaat niet om een de iure eigendomsrecht, maar om een de facto eigendomsrecht.2 Moderne slavernij behelst dan de toestand waarin iemand de volledige controle heeft over een ander. Het heeft betrekking op de situatie waarin iemand onder totale beheersing staat van een ander.3 Het hoofdkenmerk is aldus de zeggenschap van de ene persoon over de andere.4 Alhoewel deze zeggenschap/controle doorgaans wordt aangewend om iemand te werk te stellen en (financieel) voordeel te halen, is dit op basis van de definitie van slavernij en met slavernij te vergelijken praktijken niet noodzakelijk. Bijvoorbeeld een gedwongen uithuwelijking kan een situatie van slavernij betreffen, maar hoeft niet gepaard te gaan met arbeid of diensten. Ook een situatie van schuldbinding, waarbij het slachtoffer gedwongen is een schuld af te betalen, hoeft niet samen te gaan met arbeids- of dienstverlening, maar kan wel tot een praktijk leiden vergelijkbaar met slavernij.5 Om van uitbuiting te kunnen spreken dient echter wel het oogmerk van oneerlijk economisch gewin aanwezig te zijn. De met slavernij te vergelijken praktijken zijn in het aanvullend slavernijverdrag van 1956 uitgelegd, daaronder vallen: schuldbinding, horigheid of lijfeigenschap, sommige praktijken van uithuwelijking van een vrouw, overdracht of overerving van een vrouw, en uitbuiting van kinderen. Concluderend is de slavernij die tevens uitbuiting betreft gericht op oneerlijk economisch gewin waarbij het slachtoffer onder de volledige heerschappij staat van de uitbuiter.