De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland
Einde inhoudsopgave
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/3.4:3.4 Huidige strafbaarstelling mensenhandel
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/3.4
3.4 Huidige strafbaarstelling mensenhandel
Documentgegevens:
mr. drs. S.M.A. Lestrade, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. drs. S.M.A. Lestrade
- JCDI
JCDI:ADS390986:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een uitleg van het artikel eveneens de rapportages van BNRM, m.n. BNRM 2002, 2004, 2007, 2009, 2010, 2012. Zie voorts Van der Leun & Vervoorn 2004, Otten 2006, Alink & Wiarda 2010, Beijer 2010, Ten Kate 2013, Van der Meij in T&C Sr, art. 273f Sr, Machielse in Noyon/Langemeijer & Remmelink, art. 273f Sr.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals in paragraaf 3.2 reeds aan de orde kwam, is het mensenhandelartikel gebaseerd op de oude strafbaarstelling van seksuele vrouwenhandel en naar aanleiding van internationale verplichtingen aangevuld met de strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting en gedwongen orgaandonatie. Aangezien de inhoud van artikel 250a Sr deels is overgenomen, blijven de wetsgeschiedenis en jurisprudentie van dit artikel relevant voor de interpretatie van het huidige artikel.1
3.4.1 Artikel 273f Sr3.4.2 Lid 1: vormen van mensenhandel3.4.3 Sub 1: ‘de handelaar’3.4.4 Sub 4: ‘de exploitant’3.4.5 Sub 3: ‘de importeur of exporteur van seksuele dienstverleners’3.4.6 Sub 2 en 5: ‘de kinderhandelaar en kinderuitbater’3.4.7 Sub 6, 7, 8 en 9: ‘de profiteur’3.4.8 Lid 3, 4, 5 en 7: strafverzwarende omstandigheden en bijkomende straffen