Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/4.3.4
4.3.4 Waarborgen voor de eenvormige uitleg en consistente toepassing van de open norm
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS499712:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Deze adviesfunctie aan de rechter stoelt thans op art. R.132-6 C.conso.
Tweezijdige voorwaarden zijn een rariteit in Frankrijk: Calais-Auloy en Steinmetz 2006, nr. 196.
CAVersailles 29 januari 1998: `S'agissant d'une norme dépourvue de caractère obligatoire, un consommateur ne peut invoquer utilement une recommandation de la Commission des clausen abusives.' In gelijke zin: Cass. Civ. 1' 13 november 1996, nr. 94-17369, Bull. civ. 1996 I, nr. 399, p. 279; Cass. Civ. r 22 januari 2009, nr. 07-21698.
Cass. Civ. 1' 10 februari 1998, nr. 96-13316, Bull. civ. 1998 I, nr. 53, p. 34.
Zie bijv. CA Limoges 5 april 2006, advies nr. 05-02; TI Vanves 28 december 2005, advies nr. 05-05. Uitspraken waarin van het advies wordt afgeweken zijn schaars: JProx Béziers 14 juni 2007, advies nr. 07-01 en TI Bourganeuf 10 augustus 2005, advies nr. 05-03. In het eerste geval is de CCA strenger, in het tweede de rechter.
CA Pau 21 juni 2000; TI Périgueux 28 juni 2002.
Alpa 1997, p. 566; Picod en Davo 2005, nr. 259.
Art. 86 Loi de Modernisation de l'Économie (LME) heeft art. L.132-1 C.conso. gewijzigd. Het nieuwe lid 2 en 3. schrijven voor dat een décree van de Conseil d'Etat per 1 januari 2009 in een zwarte en een grijze lijst moet voorzien. Het decreet is op 20 maart 2009 gepubliceerd. Zie hierover Sauphanor-Brouillaud 2009a, p. 6.
De Cour de cassation kan desgevraagd ook advies geven aan de feitenrechter, die niet verplicht is dit advies te volgen maar dat wel vaak zal doen: Cour de cassation avis 10 juli 2006, nr. 006 0006, gevolgd door TI Saintes 4. december 2006, CCC 2007, comm. 61.
Calais-Auloy en Steinmetz 2006, nr. 186.
Terré, Simler en Lequette 2005, nr. 328.
Raymond 2008, nr. 410. Zie bijv. Cass. Civ. 1' 2 april 2009, nr. 08-11596.
Cass. Civ. 1' 25 januari 1989, nr. 87-13640, Bull. civ. 1989 I, nr. 43, p. 28; Cass. Civ. 1' 14 mei 1991, nr. 89-20999, Bull. civ. 1991 I, nr. 153, p. 101. Zie ook CCA-aanbeveling nr. 82-04, toegepast in een individuele zaak: CA Bordeaux 28 februari 1996.
Cass. Civ. 1' 6 januari 1994, nr. 91-19424, Bull. civ. 1994 I, nr. 8, p. 6; Cass. Civ. 1' 17 maart 1998, nr. 96-11593, Bull. civ. 1998 I, nr. 116, p. 77. Zie ook CCA-aanbeveling nr. 96-02, toegepast in een individuele zaak: CA Parijs 28 juni 2002.
Zie www.clauses-abusives.fr/juris/index.htm.
CA Toulouse 6 december 1995.
Bénabent 2005, p. 131.
Een beding dat een bank in staat stelde de klantgegevens door te spelen aan zakenrelaties werd niet oneerlijk geacht omdat de vertrouwensrelatie niet werd aangetast (CA Lyon 11 mei 2006) terwijl een soortgelijk beding in een internetabonnement in de ban werd gedaan door de lagere rechter (TGI Nanterre 2 juni 2004; TGI Parijs 21 februari 2006) en door CCA-aanbeveling nr. 07-01. Wanneer instemming kan worden gegeven en ingetrokken, is een dergelijk beding niet oneerlijk (TI Vanves 28 december 2005, na CCA-advies nr. 05-05).
Bijv. het beding in een lesovereenkomst, dat hoge kosten in rekening brengt bij (te late) opzegging: CA Bordeaux 4 november 1993 (`oude' toets); CA Parijs 14 december 1995; CA Dijon 17 december 1998; CA Lyon 6 juni 2001; CA Montpellier 21 augustus 2002 en 10 maart 2004; Cass. Civ. 1' 2 april 2009, nr. 08-11596. Zie ook CCA-aanbeveling nr. 91-01.
Cass. Civ. 1' 16 juli 1987, nr. 84-17731, Bull. civ. 1987 I, nr. 226, p. 166; TGI Parijs 4 februari 2003.
De door Franse rechter gestelde prejudiciële vraag, die tot het Cofidis-arrest zou leiden (HvJ EG 21 november 2002, nr. C-473/00, Jur. 2002, p. 1-10875(Cofidis)), betrof eveneens de formele aspecten van de bestrijding van oneerlijke bedingen: TI Vienne 15 december 2000, CCC 2001, comm. 16.
Zo leidde een richtlijnconforme uitleg van art. L.421-6 C.conso. (collectieve toets) tot de toepassing van dit artikel op de reeds opgestelde maar nog niet gebruikte contractsbedingen: TGI Grenoble 13 september 2004.
Cass. Civ. 1' 15 maart 2005, nr. 02-13285, Bull. civ. 2005 I, nr. 135, p. 116: de professionele wederpartij en zelfs de rechtspersoon kunnen bescherming o.g.v. art. L.132-1 C.conso. genieten voor zover zij handelen voor doeleinden die buiten hun bedrijfs- of beroepsactiviteit vallen (par. 4.4.3).
197. De consistente uitleg van de open norm is niet alleen van belang voor de rechtszekerheid (nationale perspectief) maar ook voor het bereiken van de minimale harmonisatiedoelstelling van de oneerlijkheidsnorm (Europees perspectief). Wat zijn in Frankrijk de waarborgen voor een meer consistente toepassing van de open norm op nationaal niveau en hoe wordt in Frankrijk bijgedragen aan een geharmoniseerde toepassing van de open norm op Europees niveau?
Effectieve waarborgen voor een eenvormige uitleg en consistente toepassing op nationaal niveau
198. De eerste waarborg voor een consistente nationale toepassing van de norm is de door de CCA verschafte sturing. Sinds 1993 (art. 4 Decreet nr. 93-314) mag de rechter de CCA om advies vragen door middel van de zogenaamde `saisine'.1Partijen krijgen de gelegenheid te reageren op het gegeven advies. De CCA bestaat al meer dan dertig jaar en heeft in die tijd een grote hoeveelheid aanbevelingen opgesteld ten aanzien van vele, nauwkeurig afgebakende, typen overeenkomsten. Zo zijn er aanbevelingen ten behoeve van onder meer autorijschoolhouders, autoverhuurders, makelaars, uitvaartverzekeraars en keukeninstallateurs. De `recommandations' compenseren voor het ontbreken van tweezijdige voorwaarden.2 Deze aanbevelingen geven, net als de op verzoek verleende adviezen (`avis'), ook enige sturing aan de rechtspraak. Hoewel de aanbevelingen geen formeel of materieel recht zijn,3 is hun argumentatieve waarde sterk.4 In dezelfde zin volgt de rechter regelmatig de gevraagde adviezen.5
199. De tweede waarborg is de door de richtlijn en (formele en materiële) wetgever verschafte sturing. De definitie van een oneerlijk beding, i.e. het verstoringscriterium, biedt enig houvast door de aandacht van de rechter op het contractsevenwicht te vestigen. Verder heeft de 'annexe' waarin de indicatieve lijst uit de richtlijn is omgezet en die tussen 1995 en 2009 van kracht is geweest, een met de aanbevelingen vergelijkbare sturende werking. Verwijzingen naar aanbevelingen en naar de 'annexe' vinden soms naast elkaar plaats.6 Op de keuze van de wetgever om de Europese lijst destijds niet van een zwarte of grijze kleur te voorzien is veel kritiek geweest. De indicatieve aard van de lijst zou bijdragen aan de rechtsonzekerheid die inherent is aan de centrale open norm.7 Sinds maart 2009 beschikt de Franse rechter over een grijze en een zwarte lijst die naar verwachting voor een verdere stroomlijning van de toets zullen zorgen.8
200. De derde waarborg is de jurisprudentie van de Cour de cassation. De hoogste rechter oefent een vergaande 'inhoudelijke' controle uit op de uitleg van de norm door de feitenrechter.9 Hij ziet toe op de uniforme toepassing van art. L.132-1lid 1 C.conso. op de feiten.10 Het kwalificeren van een beding als `abusive' is een `question de droit' (en niet 'de fait').11 Door het vellen van het laatste oordeel over de juiste toepassing van de criteria op de feiten onttrekt de Cour de cassation de invulling van de criteria aan het soevereine oordeel van de feitenrechter. Het ingaan van de hoogste rechter op de feitelijke toetsing kan, wanneer dit consequent gebeurt, leiden tot de formulering van vaste gezichtspunten die de doorslag geven bij de toetsing van bepaalde bedingen in bepaalde (typen) contracten.12 Exoneratiebedingen zonder contractuele compensatie in een contract met betrekking tot de ontwikkeling van fotorolletjes worden bijvoorbeeld sinds 1989 door de Cour de cassation als oneerlijk aangemerkt.13 Een ander voorbeeld vormt het beding in autoverhuurovereenkomsten, dat de huurder te allen tijde aansprakelijk stelt voor tijdens de huurperiode ontstane schade, dus ook wanneer sprake is van een 'cas fortuit' of force majeure' (afwijking van art. 1732 Cc). Een dergelijk beding is oneerlijk en er is geen contractuele rechtvaardiging mogelijk.14
Het ad-hockarakter van de gang naar de hoogste rechter en de grote diversiteit aan contracten en bedingen brengen met zich mee dat er vele cassatie-uitspraken zijn vereist om ten aanzien van de toetsing van de meeste bedingen over duidelijke richtlijnen te beschikken. De hoeveelheid cassatie-uitspraken neemt echter gestaag toe.15 Door consumentenorganisaties geïnitieerde collectieve acties dragen hier in grote mate aan bij. Hierin ondergaan uiteenlopende typen bedingen in uiteenlopende soorten contracten de toetsing aan art. L.132-1lid 1 C.conso. De uitkomsten van de collectieve toetsing hebben een sturende werking ten aanzien van de individuele toets.16
201. Er zijn, al met al, vele waarborgen voor een consistente toepassing van de norm op nationaal niveau. Hoewel 'line forte impression de casuistique17 door de grote verscheidenheid aan overeenkomsten18 niet kan worden voorkomen, is er sprake van een zekere stroomlijning binnen de verschillende typen overeenkomsten.19 Voor bepaalde soorten bedingen is er zelfs sprake van een verdere uniformering, die het type contract overstijgt en de aard van de overeenkomst betreft (huur, duur). Deze uniformering heeft voor een deel haar weerslag gekregen in de decreten van 2009, zo blijkt uit art. R.132-1 onder 10 en 11 C.conso. betreffende de opzegging van duurovereenkomsten. Bedingen die slechts een indicatie geven van het moment van nakoming van de prestatie (de levering doorgaans) zijn in lijn met de jurisprudentie grijs gekleurd.20
De waarborgen voor een eenduidige aanpak in het Franse recht zijn ingegeven door een grote behoefte aan rechtszekerheid. Er is ook sprake van een grote mate van convergentie tussen aanbevelingen, lijsten en hogere en lagere rechtspraak.
Bijdrage aan een geëuropeaniseerde aanpak
202. Op nationaal niveau heeft de wetgever tot op zekere hoogte bijgedragen aan een geharmoniseerde toepassing van de open norm op Europees niveau. De wetgever heeft de richtlijnconforme uitleg van de nationale wet vergemakkelijkt door de door de richtlijn verschafte handvatten letterlijk om te zetten. De definitie van een oneerlijk beding, de Europese lijst en de gezichtspunten uit art. 4 lid 1 richtlijn zijn vrijwel woordelijk overgenomen. Dat de Franse wetgever er echter van heeft afgezien het goede trouw-criterium om te zetten heeft geen nadelige gevolgen voor de harmonisatie zolang de goede trouw nog geen zelfstandige Europese betekenis heeft gekregen. Deze keuze draagt juist bij aan de rechtszekerheid op nationaal niveau.
Uit de jurisprudentie blijkt dat de Europese dimensie van de norm de Franse rechter vooral bezighoudt voor wat betreft de procesrechtelijke aspecten van de toetsing.21 Dit geldt vooral voor de ambtshalve toetsing aan de norm, daar waar deze volgens vaste jurisprudentie van de Cour de cassation niet werd toegestaan. Door te verwijzen naar de Europese rechtspraak nam eerst de lagere rechter en later ook de wetgever nadrukkelijk afstand van deze jurisprudentielijn (par. 4.8). Bij de invulling van de norm daarentegen, staat de rechter nooit stil bij de richtlijntekst en de rechtspraak van het HvJ. De overwegend abstracte toetsingswijze (par. 4.7) contrasteert met de nadruk die het Hof legt op de omstandigheden van het specifieke geval en het reële evenwicht. Aan de richtlijnconforme invulling van de norm, die gelet op het uitblijven van een inbreukprocedure kennelijk op de juiste wijze is omgezet, wordt echter niet getwijfeld en rechtsvergelijking blijft uit. Bij de vaststelling van het toepassingsbereik van de norm wordt een enkele keer naar de richtlijn verwezen, om de verschillen tussen de richtlijn en de nationale regeling glad te strijken22 maar ook om deze verschillen te benadrukken.23