Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/68.4
68.4 Digitaal procederen; de periode vanaf 2015
prof. mr. B.J. van Ettekoven, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. B.J. van Ettekoven
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie de brief van de Raad voor de Rechtspraak van 27 juni 2018 (‘Waarborgen digitalisering Rechtspraak’) aan de minister voor rechtsbescherming, te vinden op www.rechtspraak.nl , als bijlage opgenomen bij de brief van de minister van 13 juli 2018, Kamerstukken II 2017/18, 29279, 453.
Aldus de minister tijdens een algemeen overleg op 25 april 2018 met de vaste Kamercommissie voor Justitie en Veiligheid.
Stb. 2017, 174, m.n. art. IV, zoals gewijzigd bij besluit van 31 mei 2017, Stb. 2017, 230.
Zie de Wet van 14 oktober 2015 tot wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en enige andere wetten in verband met een regeling voor het elektronische berichtenverkeer (Wet elektronisch berichtenverkeer belastingdienst; Stb. 2015, 378). In art. 3a is de verplichting tot elektronisch verkeer geregeld tussen burger/bedrijf en de belastingdienst. In de Regeling elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst zijn op die verplichting enkele uitzonderingen opgenomen.
In 2012 is de rechtspraak gestart met het programma KEI om te komen tot een landelijk werkend platform voor digitaal procederen bij de burgerlijke en de bestuursrechter. Helaas moet medio 2018 worden vastgesteld dat de rechtspraak de ambities niet heeft kunnen waarmaken. De Raad voor de Rechtspraak spreekt over een ‘reset’;1 ‘uithuilen en opnieuw beginnen’. Want één ding is zeker; digitaal procederen is de toekomst. Ook de minister heeft aangegeven dat stoppen met de digitalisering geen optie is.2
In de tussentijd is er op het gebied van digitalisering binnen de rechtspraak wel het een en ander gebeurd, zowel binnen het strafrecht, toezicht en binnen civiel/handel. Ik beperk me hier tot de ontwikkelingen in het bestuurs(proces)recht. In april 2015 zijn de eerste pilots gestart voor digitaal procederen in asiel- en bewaringszaken. Sinds 12 juni 2017 is het voor advocaten en andere professionele rechtshulpverleners in asiel- en bewaringszaken verplicht om digitaal te procederen bij de rechtbanken via de portal ‘Mijn Rechtspraak’.3
Vanaf diezelfde dag kon door advocaten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op vrijwillige basis en op kleine schaal digitaal worden geprocedeerd in asiel- en bewaringszaken via het digitaal portaal van de Afdeling bestuursrechtspraak ‘Mijn Zaak’. Die mogelijkheid is medio 2018 uitgebreid tot alle advocaten.
Het is ongelukkig dat de Rechtspraak medio 2018 heeft besloten het digitaal procederen in vreemdelingenzaken niet te willen uitbreiden met reguliere vreemdelingenzaken. Het digitaal procederen in het bestuursrecht blijft dus vooralsnog beperkt tot asiel- en bewaringszaken. Naar verwachting zal in 2019 digitaal procederen in asiel- en bewaringszaken ook in hoger beroep verplicht worden gesteld. Verder valt te verwachten dat de Afdeling bestuursrechtspraak digitaal procederen in reguliere vreemdelingenzaken in 2019 zal gaan faciliteren, bijvoorbeeld door de rechtbankdossiers te scannen en de stukken langs die weg te digitaliseren. Ondertussen is de Hoge Raad per 1 maart 2017 gestart met het verplicht digitaal procederen in civiele vorderingsprocedures (Stb. 2017, 16). De Hoge Raad onderzoekt of een soortgelijke service kan worden aangeboden in straf- en belastingzaken.
De ‘reset’ van KEI betekent een serieuze vertraging – vermoedelijk van enkele jaren – in de digitalisering van de bestuursrechtspraak. Dat is met name frustrerend, omdat – anders dan bij civiele zaken – veel landelijk werkende bestuursorganen, zoals de belastingdienst, de IND, het UWV, de SVB en het DUO digitaal werken en in staat zijn de benodigde stukken en gegevens digitaal aan te leveren. Ook de rechtsbijstandsverzekeraars en de grote advocatenkantoren zijn teleurgesteld over de kink in de digitale kabel. In het omgevingsrecht wordt gemikt op invoering van de nieuwe Omgevingswet medio 2021. Dit kan alleen als op dat moment ook het digitaal stelsel omgevingswet (DSO) operationeel is. De rechtspraak zal ervoor moeten zorgen dat tegen die tijd de digitale stukken van bestuursorganen kunnen worden toegevoegd aan het (interne) digitale rechtspraakdossier. Beter nog zou het zijn als tegen die tijd in het omgevingsrecht, maar ook in het belastingrecht,4 ambtenarenrecht, sociaal zekerheidsrecht, studiefinancieringsrecht etc. digitaal kan worden gecommuniceerd tussen bestuursorganen en de bestuursrechter en dat rechtzoekenden in die zaken digitaal kunnen procederen.