Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/5.4
5.4 De melding aan de Kamer van Koophandel
mr. S. Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S. Renssen
- JCDI
JCDI:ADS389886:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Het online inschrijvingsformulier voor de ontbinding van een vennootschap, rechtspersoon of maatschap, nr. 17a, te raadplegen via.
Wanneer het vennootschappelijk belang namelijk als resultante wordt benaderd, omvat dit alle in aanmerking komende deelbelangen, waaronder het belang van de aandeelhouders en het belang van bijvoorbeeld de werknemers, zie Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 394, Van der Heijden & Van der Grinten 1992, nr. 231, Van der Heijden/ Van der Grinten & Dortmond 2013, nr. 231 en Van Schilfgaarde e.a. 2013, p. 27-28.
Voor NV’s is in artikel 2:107a BW vastgelegd dat aan besluiten van het bestuur omtrent een belangrijke verandering van de identiteit of het karakter van de vennootschap de goedkeuring van de AV vooraf dient te gaan. Er is echter genoeg voor te zeggen dat voorgaande analoog geldt voor BV’s, zie Schwarz, Groene Serie Rechtspersonen, art. 2:107a BW, aant. 5, Deventer: Kluwer 2010.
CBB 21 december 2012, RO 2013/31.
Conclusie A-G Timmerman bij HR 13 juli 2012, LJN BW7477.
Hof ’s-Gravenhage 6 september 2012, JOR 2013/217 m.nt. Nethe, r.o. 6.5 en Van der Korst 2013.
Indien na het ontbindingsbesluit genomen door de algemene vergadering van een BV ex artikel 2:19 lid 1 sub a BW is gebleken dat baten noch schulden bestaan, dient het bestuur van de BV als derde stap ter voltooiing van de turboliquidatie hiervan melding te doen aan de Kamer van Koophandel. De Kamer van Koophandel heeft met betrekking hiertoe het volgende opgenomen in de Factsheet Ontbinding Rechtspersonen:1
‘Als een rechtspersoon op het moment van ontbinding geen baten heeft (dus bijvoorbeeld ook geen onderneming), dan houdt hij op het moment van ontbinding op te bestaan. Een bestuurder van de rechtspersoon moet dan opgave doen aan het Handelsregister van de ontbinding en van het einde van de rechtspersoon. Als er nog een onderneming ingeschreven staat hoewel deze al eerder was opgeheven, moet de bestuurder alsnog opgave doen van deze opheffing. De bewaarder van boeken en bescheiden moet aan het Handelsregister worden opgegeven als de rechtspersoon is opgehouden te bestaan. Dit is degene die gedurende zeven jaar na het einde van de rechtspersoon de administratie van de rechtspersoon bewaart. U doet al deze opgaven op een formulier 17A. Het dossier bij de KvK wordt daarna afgesloten.’
Het is dus aan het bestuur van een BV om melding te doen van het al dan niet bestaan van baten/schulden ten tijde van ontbinding, waarmee het bestuur het constateringsbevoegde orgaan is voor wat betreft de turboliquidatie als ontbindingswijze. Het aanwijzen van het bestuur als constateringsbevoegd orgaan roept een aantal vragen op. Levert dit niet geregeld strijd op met het vennootschappelijk belang?2 Ontstaat hier geen scheve verhouding tussen het bestuur en de aandeelhouders?3 Worden de schuldeisers wel daadwerkelijk voldoende beschermd? Deze vragen worden beantwoord in hoofdstuk 6.
Indien het bestuur van een BV ten tijde van de melding van ontbinding aangeeft dat er geen baten meer bestaan (hetgeen zou leiden tot een snelle en goedkope ontbinding door middel van de turboliquidatie), mag de Kamer van Koophandel mijns inziens – gelet op haar niet langer lijdelijke rol – niet zomaar overgaan tot inschrijving van de ontbinding. Wanneer er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan de juistheid van de in te schrijven turboliquidatie, is de Kamer van Koophandel bevoegd deze inschrijving te weigeren en om bewijsstukken te vragen, welke opvatting wordt gedeeld door het College van Beroep voor het Bedrijfsleven.4 A-G Timmerman lijkt een andere mening te zijn toegedaan.5 Volgens hem is het aan de civiele rechter om te beoordelen of een opgaaf tot ontbinding juist is gedaan. Slechts indien een reden bestaat te twijfelen aan de bevoegdheid van degene die de opgaaf heeft gedaan, zou niet tot inschrijving van de ontbinding dienen te worden overgegaan. Mijns inziens strookt deze opvatting niet met de niet langer lijdelijke rol van de Kamer van Koophandel en dient de Kamer de inschrijving van de ontbinding ook te weigeren wanneer twijfel bestaat over het al dan niet bestaan van baten ten tijde van ontbinding.
Wanneer het bestuur melding doet van het ontbreken van baten ten tijde van ontbinding aan de Kamer van Koophandel en de BV vervolgens wordt ontbonden door middel van een turboliquidatie, is de inschrijving van ontbinding ex artikel 2:19 lid 4 BW niet van doorslaggevende betekenis voor de vraag of er daadwerkelijk geen baten meer waren ten tijde van ontbinding. De werkelijke toestand van de turbogeliquideerde BV is dan beslissend.6