Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/5.3.3
5.3.3 De verstrekking van Europese subsidies in één of twee besluiten
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS401960:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie hoofdstuk 6, paragraaf 6.4.3.5.
Bij de meeste Europese subsidies gaat het om kostensubsidies. Soms is echter sprake van een lumpsumsubsidie.
Doorgaans wordt gelet op het cofinancieringprincipe slechts 50% van de subsidiabele kosten vergoed.
Voor Een Leven Lang Leren, Jeugd in Actie en ELFPO geldt dat op Europees niveau expliciet is voorgeschreven dat het uiteindelijke subsidiebedrag pas na afloop van het project wordt vastgesteld. Voor de structuur- en migratiefondsen is dat niet het geval, maar volgt dat wel uit het systeem van de desbetreffende Europese subsidieregelgeving.
Zie bijvoorbeeld artikel 9, eerste lid, van de Commissieverordening nr. 1975/2006 (maximaal 75% en pas nadat administratieve controles zijn verricht) en paragraaf 3.7.3.5. van de Gids voor de nationale agentschappen Een Leven Lang Leren (maximaal 80% van het maximale subsidiebedrag).
Voor agromilieubetalingen geldt bijvoorbeeld dat de verbintenissen in de regel worden aangegaan voor een periode van vijf tot zeven jaar. Zie artikel 39, derde lid, van de Verordening nr. 1698/2006. Indien het gaat om een eenjarige ELFPO-subsidie kan worden volstaan met het indienen van een steunaanvraag.
Zie artikel 46 e.v. van de Commissieverordening 612/2009; artikel 3:3 van het Algemeen Douanebesluit en de artikelen 3:17 e.v. van de Algemene Douaneregeling (exportrestituties); artikel 11 van de Commissieverordening nr. 657/2008 en de Zuivelverordening 2008, Schoolmelk (schoolmelk); artikel 10 van de Commissieverordening nr. 288/2009 en de Verordening PT schoolfruit (schoolfruit); Commissieverordening nr. 382/2005 en de Verordening HPA gedroogde voedergewassen 2005 (gedroogde voedergewassen); artikel 10 van de Commissieverordening nr. 571/2009 en de Verordening HPA Aardappelzetmeekontingent, aardappelzetmeelpremie en steun voor zetmeelaardappelen (premie voor aardappelzetmeel); artikel 77 van de Verordening nr. 73/2009 en artikel 10 e.v. van de Commissieverordening nr. 1121/2009 en de Verordening HPA Aardappelzetmeelcontingent, aardappelzet-meelpremie en steun voor zetmeelaardappelen (steun voor zetmeelaardappelen); artikel 22 e.v. van de Verordening nr. 2799/99 en artikel 55 e.v. van de Regeling Interventie (steun voor ondermelk en mageremelkpoeder); de Verordening nr. 2921/90 en de Zuivelverordening 2000, Steunverlening voor ondermelk die tot caseïne of caseïnaten (steunverlening voor ondermelk die tot caseïne en caseïnaten wordt verwerkt); artikel 9 en 12 van de Verordening nr. 507/2008 en de Verordening HPA Vezelvlas en vezelhennep 2008 (verwerkingssteun vezelvlas en hennep); artikel 87 van de Verordening nr. 73/2009 en artikel 18 e.v. van de Verordening nr. 1121/2009 en de Verordening HPA Zaaizaad 2010 (zaaizaad).
Dit geldt voor de bedrijfstoeslag, de exportrestituties en de schoolmelksubsidies; er wordt een van te voren vastgesteld bedrag verstrekt per subsidiabele hectare dan wel uitgevoerd/ verstrekt product.
Zie artikel 31 van de Commissieverordening nr. 612/2009.
Voor de meeste Europese subsidieregelingen geldt dat de verstrekking van de Europese subsidie geschiedt door middel van twee besluiten. Voor aanvang van het project wordt een besluit tot selectie van de subsidieaanvraag genomen; na afloop van het project wordt bij besluit het uiteindelijke subsidiebedrag vastgesteld. Dit stemt overeen met wat in Nederland gebruikelijk is voor de verstrekking van subsidies.1
Het eerste besluit ziet op de selectie van de projecten door het nationaal uitvoeringsorgaan aan de hand van de besproken formele en inhoudelijke selectievoorwaarden. Op deze selectieprocedure wordt afzonderlijk in paragraaf 5.4 ingegaan. In veel gevallen zal de aanvrager pas met de uitvoering van het project willen beginnen, indien het nationaal uitvoeringsorgaan heeft besloten dat zijn project voor een Europese subsidie in aanmerking komt. Het nationaal uitvoeringsorgaan zal de Europese subsidie echter pas definitief willen vaststellen nadat het project is uitgevoerd, en — voor zover het gaat om een kostensubsidie2 — de daadwerkelijke kosten zijn vast te stellen. Voor de kostensubsidies geldt dat het toe te kennen subsidiebedrag niet voor aanvang van het project kan worden vastgesteld; dit bedrag is afhankelijk van de uiteindelijke subsidiabele kosten.3 Op basis van de subsidieaanvraag kan het nationaal uitvoeringsorgaan doorgaans slechts een schatting maken van de subsidiabele kosten en op basis daarvan een maximaal subsidiebedrag vaststellen. Het uiteindelijke subsidiebedrag is derhalve pas vast te stellen in een tweede besluit, na afloop van het project aan de hand van de gemaakte subsidiabele kosten. Europese kostensubsidies kunnen dus enkel in twee besluiten worden verstrekt, ook als dit niet expliciet volgt uit de Europese subsidieregelgeving.4 Voor sommige Europese subsidies is exact voorgeschreven in hoeverre het nationaal uitvoeringsorgaan na een positief eerste selectiebesluit een voorschot kan verlenen.5
In het kader van de ELFPO-subsidies geldt voor meerjaarlijkse subsidies dat één keer een steunaanvraag moet worden ingediend op grond waarvan wordt beoordeeld of de aanvrager in aanmerking komt voor een ELFPO-subsidie.6 Vervolgens dient hij ieder jaar een betalingsaanvraag in, op grond waarvan wordt beslist welk bedrag wordt uitbetaald. Het subsidiebedrag waarop de ontvanger van de ELFPO-subsidie recht heeft wordt derhalve jaarlijks vastgesteld en niet in één keer na afloop van het project.
Het voorgaande gaat niet op voor de ELGF-subsidies. Deze subsidies worden doorgaans op basis van één enkele aanvraag uitbetaald.7 Voor de meeste ELGF-subsidies geldt dat de aanvraag wordt gedaan, nadat de subsidiabele activiteiten zijn uitgevoerd. Voor de bedrijfstoeslag geldt zelfs dat helemaal geen sprake is van subsidiabele activiteiten; voldoende is dat de landbouwer over bedrijfstoeslagrechten beschikt en zich houdt aan de op hem rustende verplichtingen. Het nationaal uitvoeringsorgaan kan bij de beslissing op de aanvraag derhalve reeds beoordelen of de aanvrager voor Europese subsidie in aanmerking komt en of hij zich aan de op hem rustende verplichtingen heeft gehouden. Een selectie van projecten hoeft niet plaats te vinden, nu iedere persoon/entiteit die voldoet aan de Europese voorwaarden voor subsidieverstrekking, voor een ELGF-subsidie in aanmerking komt. Dit volgt uit het karakter van ELGF-subsidies; het betreft vooral een inkomensvoorziening voor landbouwers. Voorts gaat het bij ELGF-subsidies doorgaans niet om kostensubsidies; uit de Europese regelgeving vloeit direct voort op hoeveel ELGF-subsidie de aanvrager recht heeft.8 Voor sommige ELGF-subsidies geldt dat bij de subsidieaanvraag om een voorschot kan worden gevraagd. In het kader van de exportsubsidies is vereist dat een zekerheid wordt gesteld, alvorens een voorschot wordt verleend.9