Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/2.9.2
2.9.2 De rechterlijke macht
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS398748:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Voor een nadere uiteenzetting zie R. Seer in Tipke/Lang22, Steuerrecht, §22, Rz. 60 e.v.
De jurisprudentie van het Bundesfinanzhof is gepubliceerd in Bundessteuerblatt Teil II. De jurisprudentie van Finanzgerichte is gepubliceerd in “Entscheidungen der Finanzgerichte (EFG)”.
Zie hierover uitgebreid J. Englisch in Tipke/Lang22, Steuerrecht, §5, Rz. 46-94.
Als blijkt dat een verschil in de Duitse rechtsregel ten opzichte van de vergelijkbare Nederlandse rechtsregel te verklaren is door een verschillende rechtsvindingsmethode of uitlegging door de Nederlandse of Duitse rechter zal ik dat uiteraard wel bij de desbetreffende rechtsregel behandelen.
De beoordeling van (de kwaliteit) van wetgeving en de uitleg van het recht vindt in zowel Nederland als Duitsland ook (impliciet) door de rechter plaats. In Nederland wordt een fiscaal geschil tussen belastingplichtige en Belastingdienst in eerste aanleg voorgelegd aan de rechtbank. Vervolgens bestaat de mogelijkheid dat een gerechtshof in tweede aanleg naar de desbetreffende zaak kijkt. In hoger beroep staat dan nog de mogelijkheid open om het principiële geschil (als het een rechtsvraag betreft) voor te leggen aan de Hoge Raad. In Duitsland zien we een tweetrapse rechtsgang.1 In eerste aanleg wordt een fiscaal geschil voorgelegd aan een Finanzgericht, die over de feiten (Tatsacheninstanz) een beslissing neemt. Vervolgens is hoger beroep mogelijk bij het Bundesfinanzhof (BFH), dat uitsluitend ingaat op de rechtsvraag (Rechtsmittelinstanz) en bezwaren tegen de in eerste instantie genomen beslissingen van het Finanzgericht.2 Voor EU-rechtelijke kwesties kunnen in beide landen prejudiciële vragen gesteld worden aan het Europese Hof van Justitie. Uit bovenstaande blijkt dat in beide landen belastingwetgeving ook beoordeeld wordt door belastingrechters. Afhankelijk van de rechtsvindingsmethode en grammaticale, wetshistorische, wetsystematische of theologische uitlegging van de rechtsregels kan dit tot verschillende fiscale uitkomsten en/of rechtsontwikkelingen leiden in beide landen.3 In dit onderzoek werk ik de verschillen en overeenkomsten tussen de Nederlandse en Duitse belastingrechters (belastingkamers) niet nader uit en ga ik ook niet (systematisch) in op de manier en kwaliteit van rechtsvinding in beide landen.4 Wel sta ik stil bij het verschil tussen Nederland en Duitsland wat betreft de mogelijkheid om rechterlijk te toetsen aan de grondwet en aan algemene rechtsbeginselen. In tegenstelling tot Nederland kan dit in Duitsland wel.
2.9.2.1 Toetsen aan de grondwet en beginselen