Einde inhoudsopgave
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/5.2.1
5.2.1 Selectie en verzameling van het onderzoeksmateriaal
mr. drs. S.D.P. Kole, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. drs. S.D.P. Kole
- JCDI
JCDI:ADS449848:1
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Algemeen
Natuurbeschermingsrecht / Gebiedsbescherming
Natuurbeschermingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Een uitzondering hierop vormen juridische procedures tegen de verlening of de weigering van een Nbw 1998-vergunning op basis van (onder)delen van een concept-beheerplan. In dergelijke gevallen is het mogelijk om kennis te nemen van (onder)delen van het betrokken concept-beheerplan. Een voorbeeld hiervan is ABRvS 26 september 2012, no. 201110142/1/A4 (Nbw 1998-vergunning duinfietspad).
De gestelde vragen en de verkregen informatie hadden voornamelijk betrekking op de invulling van de overlegplicht en de duur van het totale beheerplanproces. In de onderzochte beheerplannen is weinig informatie over deze onderwerpen opgenomen.
Het ontwerp-beheerplan is al in februari 2008 gepubliceerd. Het definitieve beheerplan is onherroepelijk geworden nadat de Afdeling bestuursrechtspraak ingestelde beroepen tegen dit plan ongegrond had verklaard. ABRvS 16 december 2009, BR 2010, 147 (Beheerplan Voordelta).
Om het onderzoek qua tijd en omvang af te bakenen is 15 juli 2013 als peildatum genomen, en is de analyse beperkt tot beheerplannen of ontwerp-beheerplannen die vóór of op deze datum zijn vastgesteld. Concept-beheerplannen worden om twee redenen niet meegenomen in deze analyse. In de eerste plaats vormt een concept-beheerplan slechts een eerste, ruwe schets van het natuurbeheer in een Natura 2000-gebied. Dergelijke plannen zijn naar aard en inhoud ongeschikt om op vormgeving en inhoud te onderzoeken. Daar komt bij dat concept-beheerplannen in de regel niet openbaar zijn.1 Bij de uitvoering van dit onderzoek is wel gebruik gemaakt van ontwerp-beheerplannen. Dit zijn ‘afgeronde’ beheerplannen die worden gepubliceerd en opengesteld voor het doorlopen van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure.2
Bij de uitvoering van dit onderzoek is gebruik gemaakt van de beschikbare (ontwerp-)beheerplannen en aanvullende documentatie zoals de nota’s van antwoord die in het kader van de afdeling 3.4 Awb-procedure zijn opgesteld. In een aantal gevallen is per e-mail aanvullende informatie opgevraagd bij de projectleiders die verantwoordelijk waren voor het vaststellen van de betrokken beheerplannen.3 Tabel 1 bevat een overzicht van de onderzochte beheerplannen en belangrijke kenmerken zoals de ligging van het betrokken Natura 2000-gebied, de voortouwnemer van het beheerplan, de oppervlakte van het Natura 2000-gebied, de status van het beheerplan en het jaartal van vaststelling (zie Tabel 2 aan het einde van dit hoofdstuk).
Op de peildatum waren voor drie Natura 2000-gebieden (Broekvelden, Oudeland van Strijen en Voordelta) onherroepelijke beheerplannen beschikbaar. Voor de andere negen Natura 2000-gebieden waren ontwerp-beheerplannen vastgesteld en voor inspraak ter inzage gelegd. Zoals uit Tabel 2 blijkt is er een grote variatie in oppervlakte van de Natura 2000-gebieden, waarbij de grootste de Voordelta is (92.367 ha) en de kleinste Abdij Lilbosch (15 ha). De geografische spreiding van de beschikbare plannen is onevenwichtig. De meeste beheerplannen hebben betrekking op Natura 2000-gebieden in het noorden en het westen van het land. Voor Natura 2000-gebieden in het midden, oosten en zuiden van het land waren ten tijde van de uitvoering van dit onderzoek nog (bijna) geen beheerplannen vastgesteld. Het beheerplan voor het Natura 2000-gebied Voordelta werd als eerste vastgesteld in juli 2008.4 Een belangrijke reden hiervoor was de aanleg van de Tweede Maasvlakte ten behoeve van de Rotterdamse haven. In het beheerplan zijn onder meer compenserende maatregelen opgenomen om de uitbreiding van de haven mogelijk te maken.