Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/4.2.2.1:4.2.2.1 Inleiding
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/4.2.2.1
4.2.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186828:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 20 mei 1994, NJ 1995/691 (De negende van OMA; Körmeling/Vlaardingen).
Zie ook Tjittes 2006, p. 77-78.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
109. Een eerste bijzonder gezichtspunt bij de uitleg van overeenkomsten van achterstelling is de werking daarvan jegens derden. Dat geldt in het bijzonder voor overeenkomsten van achterstelling gesloten tussen de junior en de schuldenaar. Dergelijke overeenkomsten hebben gevolgen voor de senior, hoewel die daar geen partij bij is. De belangen van derden kunnen de uitleg van de overeenkomst beïnvloeden doordat die belangen kleuren wat partijen van elkaar mogen verwachten.1 Algemener kan de vraag worden gesteld of de gevolgen voor de senior moeten leiden tot een bijzondere uitlegmaatstaf voor overeenkomsten van achterstelling waar de senior geen partij bij is. Die vraag staat in deze paragraaf centraal.
De werking van de overeenkomst van achterstelling jegens derden kan ook een rol spelen met de junior als derde in plaats van de senior. Dat speelt in het bijzonder bij achtergestelde obligatieleningen. Daarbij komen de voorwaarden van de obligatielening inclusief de achterstelling tot stand zonder betrokkenheid van de junior. Hij is uiteindelijk wel obligatiehouder, maar bij de totstandkoming van de voorwaarden is ook de achtergestelde obligatiehouder nauwelijks betrokken, en in die zin ‘een derde’. Dit kan de relevante maatstaf voor uitleg beïnvloeden, al dan niet in nauwe samenhang met de hiervoor genoemde ‘derdenwerking’ jegens de senior. Dit komt in paragraaf 4.2.2.3 aan bod. Eerst wordt ingegaan op de derdenwerking van een overeenkomst van achterstelling tussen de junior en de schuldenaar richting de senior als derde.
Overigens kan ook aan de belangen van derden tegemoet worden gekomen door specifieke derdenbeschermingsbepalingen toe te passen, zoals artikel 3:36 BW. Daarbij gaat het echter niet om de wijze van uitleg van de overeenkomst, maar om bescherming van het gerechtvaardigd vertrouwen van de derde.2 Daarom blijven dergelijke bepalingen hier verder buiten beschouwing.