Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/4.2.2.4
4.2.2.4 Derdenbedingen
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186882:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie over die opvatting par. 5.4.2.
HR 18 oktober 2002, NJ 2003/503, JOR 2002/234 (Curatoren Habo/Besix), r.o. 3.5.1. Zie over de kwalificatie van de eigenlijke achterstelling als derdenbeding par. 5.4.2.
Zie HR 18 oktober 2002, NJ 2003/258 (Pieterse/NN), HR 1 oktober 2004, NJ 2005/499 (TMC/Gesink), HR 19 april 2013, NJ 2013/239 (Alheembouw/HDI- Gerling & Delta Lloyd), HR 2 februari 2018, NJ 2018/422 (Lecc), r.o. 3.4.3 en HR 30 november 2001, JOR 2002/43 (Océ/Asea Brown Bovari), r.o. 3.5.1. Vgl. echter bij dit laatste arrest conclusie van A-G Spier 4.10-4.17.
Zie Tjittes 2009, p. 68, Bakker 2015, Schelhaas 2006, p. 29, Valk, in: Valk & Schelhaas 2016, p. 55 e.v. en Schelhaas, in: Valk & Schelhaas 2016, p. 129.
Art. 6:254 BW.
Vgl. HR 2 februari 2018, NJ 2018/422 (Lecc), r.o. 3.4.3.
115. Sommige overeenkomsten van achterstelling bevatten een expliciet derdenbeding ten behoeve van de senior. Bovendien menen sommige auteurs dat de eigenlijke achterstelling een impliciet derdenbeding inhoudt.1 De Hoge Raad liet in het arrest Curatoren Habo/Besix de juistheid van die kwalificatie in het midden, maar zag daarin geen reden om een eigenlijke achterstelling objectief uit te leggen.2 Ook derdenbedingen in andere verhoudingen waren voor de Hoge Raad tot nu toe geen reden om tot objectieve uitleg over te gaan.3 Dit is in de literatuur bekritiseerd.4
Mijns inziens kan deze spanning worden opgelost door de werking van een derdenbeding consequent door te voeren in de uitleg daarvan. Na aanvaarding van het beding wordt de derde partij bij de overeenkomst.5 Dat schept in beginsel ruimte voor subjectieve uitleg. De derde die partij wordt door aanvaarding van een derdenbeding is doorgaans echter nauwelijks bij de totstandkoming van de overeenkomst betrokken. Tegenover hem kan alleen een beroep worden gedaan op verklaringen en andere feiten rondom de overeenkomst waarvan hij op de hoogte was of kon zijn. Dit brengt feitelijk een overwegend objectieve vorm van uitleg met zich.6