Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/4.2.2.3
4.2.2.3 Objectivering vanwege derdenwerking
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186881:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie HR 20 februari 2004, NJ 2005/493 (Pensioenfonds DSM/Fox), r.o. 4.4. Zie ook HR 25 november 2016, NJ 2017/114 (FNV c.s./Condor), r.o. 3.5.
Zie over cao’s o.m. HR 26 mei 2000, NJ 2000/473 (Akzo/FNV), HR 20 februari 2004, NJ 2005/493 (Pensioenfonds DSM/Fox), HR 15 april 2011, NJ 2011/181 (cao Metaaltechniek), HR 18 december 2015, RvdW 2016/91 (Balans Schoonmaak) en Schelhaas 2017, p. 35 e.v., Valk, in: Schelhaas & Valk 2016, p. 32 en Asser/Sieburgh 6-III 2018/374. Zie over de trustakte van een obligatielening HR 23 maart 2001,NJ 2003/715 (Ofasec/NTM; DAF-obligatie). Zie over een vaststellingsovereenkomst voor massaschade artt. 7:907-7:910 BW en HR 9 december 2016, JOR 2017/11 (Värde), r.o. 3.3.2.
Zie de bronnen aangehaald in de vorige voetnoot.
Zie in die zin Hof Amsterdam (OK) 11 juli 2013, JOR 2013/250 (Nationalisatie SNS), r.o. 6.66. Vgl. verder de conclusie van A-G Timmerman bij HR 20 maart 2015, JOR 2015/140 (Nationalisatie SNS), onder 10.12, die enkel de achtergestelde onderhandse leningen lijkt te bedoelen. Zie ook Asser/De Serrière 2-IV 2018/363.
Vgl. HR 2 februari 2018, NJ 2018/422 (Lecc), r.o. 3.4.3.
Zie het citaat van HR 20 februari 2004, NJ 2005/493 (Pensioenfonds DSM/Fox), r.o. 4.4 hierboven.
Zie ook HR 25 november 2016, NJ 2017/114 (FNV c.s./Condor), r.o. 3.5 en vgl. over de 403-verklaring HR 20 maart 2015, JOR 2015/140 (Nationalisatie SNS), r.o. 4.34.2 en Spierings 2016, nr. 262.
HR 21 maart 2014, JOR 2014/151 (Coface/Intergamma), r.o. 3.4.2.
113. Hiervoor werd geconcludeerd dat de derdenwerking van een achterstelling op zichzelf onvoldoende reden is om de achterstellingsovereenkomst objectief uit te leggen. Sommige bijzondere vormen van achterstellingsovereenkomsten moeten echter wel, mede vanwege hun werking jegens derden, objectief worden uitgelegd. In het arrest Pensioenfonds DSM/ Fox overwoog de Hoge Raad dat
“de argumenten voor een uitleg van dat [een, NP] geschrift naar objectieve maatstaven aan gewicht winnen in de mate waarin de daarin belichaamde overeenkomst naar haar aard meer is bestemd de rechtspositie te beïnvloeden van derden die de bedoeling van de contracterende partijen uit dat geschrift en een eventueel daarbij behorende toelichting niet kunnen kennen en het voor de opstellers voorzienbare aantal van die derden groter is, terwijl het geschrift ertoe strekt hun rechtspositie op uniforme wijze te regelen”.1
Dit gaat bijvoorbeeld op bij een cao, de trustakte van een obligatielening en een vaststellingsovereenkomst in de zin van de Wet Collectieve Afhandeling Massaschade.2 Bij een cao worden de verbintenissen van de werknemers bepaald door de overeenkomst die door de vakbonden en de werkgevers is gesloten. Bij een obligatielening onder trustverband wordt de inhoud van de obligaties bepaald door de trustakte, die is opgesteld zonder betrokkenheid van de obligatiehouders. Bij een vaststellingsovereenkomst voor massaschade wordt de schadevergoeding van een grote groep gelaedeerden bepaald door de overeenkomst waarover zij niet zelf hebben onderhandeld. In al deze gevallen wordt objectieve uitleg toegepast.3
Deze lijn is relevant voor de bepaling van de positie van de junior bij de uitleg van achtergestelde obligaties. Daarbij moet een objectieve uitlegmaatstaf worden gehanteerd.4 De reden daarvoor is niet de derdenwerking van de achterstelling richting de senior, maar de derdenwerking van de trustakte van de obligatielening richting de obligatiehoudende junioren. Die worden immers gebonden aan een achterstellingsovereenkomst zonder dat zij bij de totstandkoming daarvan betrokken waren.5
114. Verder kan dit gezichtspunt worden toegepast op een beding van algemene achterstelling bezien vanuit de senioren. De redenen die de Hoge Raad in het arrest Pensioenfonds DSM/Fox gaf om een geschrift objectiever uit te leggen doen zich bij een algemene achterstelling allemaal in meer of mindere mate voor.6 Een algemene achterstelling is bedoeld om de verhouding te regelen tot een voorzienbaar grote groep derden, die zich allen op dezelfde manier tot de achterstelling verhouden.7 Weliswaar geeft de achterstelling primair vorm aan de verhouding tussen de junior en de schuldenaar, maar de algemene achterstelling is naar haar aard bedoeld om de verhouding tot een grote groep senioren te regelen. In zoverre kan ook aansluiting worden gezocht bij de objectieve uitleg van cessieverboden.8 Ook dat zijn bedingen die primair de onoverdraagbare vordering vormgeven, maar bedoeld zijn om de relatie tot derden te regelen. Bovendien kunnen de senioren geen kennisnemen van de achterliggende bedoeling of wijze van totstandkoming van de achterstelling.
De derdenwerking van een algemene achterstelling kan dus, anders dan de derdenwerking van een specifieke achterstelling, wel reden zijn om de achterstellingsovereenkomst objectief uit te leggen.