Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/3.8.7.1
3.8.7.1 Algemeen
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS397269:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
HvJEG 21 september 1983, gevoegde zaken 205/82-215/82 (Deutsche Milchkontor), Jur. 1983, p. 2633, r.o. 30. Een voorbeeld van een recent arrest waarin dit wordt herhaald is HvJEG 10 september 2009, C-201/08 (Plantanol), Jur. 2009, p. 1-8343, r.o. 43. Zie over de Europese uitleg van het rechtszekerheidsbeginsel Craig 2012B, p. 549 e.v.; Hofmann, Rowe & Tlirk 2011, p. 173; De Vos 2011, p. 90 e.v.; Ortlep 2011, p. 339; Jans e.a. 2007; Tridimas 2006, p. 242 e.v.; Groussot 2006, p. 189 e.v.
De Vos 2011, p. 91.
De Vos 2011, p. 92.
De Vos 2011, p. 92.
Hofmann, Rowe & Tlirk 2011, p. 178; De Vos 2011, p. 92 en 99; Jans e.a. 2007, p. 163; Tridimas 2006, p. 242; Groussot 2006, p. 202. Zie ook bijvoorbeeld HvJEU 2 december 2009, C-358/08 (Aventis Pasteur), Jur. 2009, p.1-11305, r.o. 47 en HvJEU 10 september 2009, C-201/ 08 (Plantanol), Jur. 2009, p. 1-8343, r.o. 46.
Zie wat betreft gewekte verwachtingen door de EU: HvJEU 17 maart 2011, C-221/09 (AJD Tuna), n.n.g., r.o. 71; HvJEG 15 juli 2004, gevoegde zaken C-37/02 en C-38/02 (Di Lenardo en Dilexport), Jur. 2004, p. 1-6911, r.o. 70; HvJEG 11 maart 1987, 265/85 (Van den Bergh en Jurgens en Van Dijk Food Products), Jur. 1987, p. 1155, r.o. 44. Zie ook De Vos 2011, p. 95.
Zie ook Hofmann, Rowe & Tlirk 2011, p. 178.
Zie De Vos 2011, p. 89 en 179.
Zie De Vos 2011, p. 179.
Zie Jans e.a. 2011, p. 155; De Vos 2011, p. 99-100; Tridimas 2006, p. 242.
Zie De Vos 2011, p. 99-101.
Craig 2012B; Jans e.a. 2011; Tridimas 2006.
Het Hof van Justitie heeft onder meer in het arrest Deutsche Milchkontor uitgemaakt dat de beginselen van rechtszekerheid en vertrouwen fundamentele beginselen van gemeenschapsrecht zijn.1 Het rechtszekerheidsbeginsel houdt in dat de burger te allen tijde in staat moet zijn, zijn positie te bepalen.2 Hieruit vloeit allereerst voort dat het recht duidelijk is; dit wordt ook wel het formele rechtszekerheidsbeginsel genoemd.3 Voorts vereist de materiële rechtszekerheid dat verkregen rechten worden beschermd, terugwerkende kracht in beginsel verboden is en gerechtvaardigde verwachtingen worden beschermd.4 Dit laatste onderdeel van de materiële rechtszekerheid wordt ook wel het vertrouwensbeginsel genoemd. Het vertrouwensbeginsel vormt derhalve een specifieke verschijningsvorm van het rechtszekerheidsbeginsel.5 Het vertrouwensbeginsel beschermt verwachtingen die zijn gewekt door de organen van de EU of door nationale uitvoeringsorganen die het EUrecht uitvoeren.6
In de praktijk blijkt het lastig om beide beginselen van elkaar te onderscheiden.7 Zo is een voorwaarde voor een uitzondering op het verbod van terugwerkende kracht van regelgeving het respecteren van gerechtvaardigde verwachtingen.8 Verder spelen bij de intrekking van besluiten - denk hierbij aan de intrekking van een besluit tot verstrekking van een Europese subsidie - zowel verkregen rechten als gerechtvaardigde verwachtingen een rol.9 Het Hof van Justitie maakt dan ook niet altijd een duidelijk onderscheid tussen beide beginselen.10 Hoewel in de literatuur is geprobeerd beide beginselen van elkaar te onderscheiden, zijn deze pogingen weinig succesvol gebleken.11 Vandaar dat de beginselen in de literatuur doorgaans in onderlinge samenhang worden besproken.12
In de nu volgende subparagrafen wordt op basis van de literatuur en jurisprudentie een aantal deelaspecten van de beginselen van rechtszekerheid en vertrouwen besproken die relevant zijn voor de uitvoering van de Europese subsidieregelgeving door nationale uitvoeringsorganen. Allereerst wordt ingegaan op de uit het rechtszekerheidsbeginsel voortvloeiende eis dat zowel het Europese recht dat nationale uitvoeringsorganen toepassen als de nationale wet- en regelgeving ter uitvoering van het Europese recht duidelijk moet zijn (de formele rechtszekerheid). Ten tweede wordt besproken in hoeverre Europees recht of nationaal recht ter uitvoering van het Europese recht met terugwerkende kracht mag worden gewijzigd of vastgesteld gelet op de gerechtvaardigde verwachtingen die zijn ontstaan (materiële rechtszekerheid).Ten derde bespreek ik aan welke voorwaarden moet zijn voldaan, wil een beroep op het vertrouwensbeginsel kunnen slagen. In het kader van de verstrekking van Europese subsidies komt het namelijk regelmatig voor dat op het moment van de verstrekking van de Europese subsidie nog niet duidelijk is welke verplichtingen van toepassing zijn. Ten slotte wordt in paragraaf 3.8.7.5 afzonderlijk ingegaan op de vraag in hoeverre de Europese instellingen en nationale uitvoeringsorganen gelet op de Europese beginselen van rechtszekerheid en vertrouwen mogen terugkomen op door hen genomen beslissingen.