Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/9.5.2
9.5.2 Overzicht knelpunten en aanbevelingen
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291634:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Het van rechtswege belasten van de verhuur van onroerend goed indien de huurder recht heeft op volledige aftrek, zoals door Arthur Andersen is bepleit (Arthur Andersen, Study on the application of Value Added Tax to the property sector, nr. XXI/96/CB-3021, p. 14), acht ik op grond van het beginsel van de fiscale neutraliteit geen oplossing voor de geconstateerde knelpunten, omdat cumulatie van btw hierdoor slechts in zeer beperkte mate wordt voorkomen en het verschillend belasten van soortgelijke verhuurtransacties naargelang de omvang van het aftrekrecht van de huurder naar mijn mening strijdt met de concurrentieneutraliteit.
Onder verwijzing naar hetgeen in voorgaande paragraaf is overwogen, zijn in licht van het beginsel van de fiscale neutraliteit en het rechtskarakter van de btw de volgende knelpunten te onderscheiden:
het moeilijke onderscheid tussen passieve(re) en actieve(re) verhuur van onroerend goed leidt tot rechtsonzekerheid;
het in beginsel vrijstellen van de verhuur van onroerend goed, ongeacht of de afnemer het onroerend goed voor aftrekgerechtigde doeleinden gaat gebruiken kan leiden tot cumulatie van btw;
de uitzonderingen op de vrijstelling voor de verhuur van onroerend goed zijn, behoudens die in art. 135 lid 2, onderdelen a tot en met d Btw-richtlijn, facultatief en lidstaten beschikken hierbij over een ruime beoordelingsmarge.
Het eerste knelpunt kan door het Hof van Justitie worden weggenomen door conform de historie, de bewoordingen en de strekking van art. 135 lid 1, onderdeel l Btw-richtlijn te oordelen dat (ook) de actieve(re), bedrijfsmatig verrichte verhuur van onroerend goed is vrijgesteld, tenzij deze verhuurdienst van deze vrijstelling is uitgezonderd op grond van art. 135 lid 2 Btw-richtlijn. Het is echter ook mogelijk en naar mijn mening wenselijker om dit knelpunt in samenhang met de andere knelpunten op te lossen. Dit kan door een wijziging van de Btw-richtlijn, inhoudende dat de verhuur van onroerend goed belast is met uitzondering van de verhuur van woonruimte en – zolang de landbouwregeling niet is afgeschaft – de verhuur van landbouwgrond in een lidstaat die de landbouwregeling heeft geïmplementeerd. Met andere woorden: de inwisseling van de vrijstellingsmethode voor de belastingmethode voor de verhuur van onroerend goed.1 In de volgende paragraaf werk ik die aanbeveling nader uit.
9.5.2.1 Uitwerking aanbeveling voor belastingmethode