Einde inhoudsopgave
Verzekering verzekerd? (R&P nr. FR13) 2015/7.3
7.3 Criteria noodregeling
mr. N. Lavrijssen, datum 15-01-2015
- Datum
15-01-2015
- Auteur
mr. N. Lavrijssen
- JCDI
JCDI:ADS283383:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verzekeringsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Rb Amsterdam 12 oktober 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ9939.
Rb Amsterdam 24 juni 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BM9267.
Art. 3:162c lid 1 Wft.
Zie hierover nader paragraaf 3.2.1 en paragraaf 5.3.
Art. 3:162d Wft.
Zie hierover nader paragraaf 7.4.2.
Dit was tot 17 november 1999 anders. Voor deze datum was het de Pensioen- en Verzekeringskamer die de noodregeling uitvoerde en rapporteerde aan de Kroon. Uiteindelijk heeft de wetgever ervoor gekozen om de Pensioen- en Verzekeringskamer uitsluitend nog te laten optreden als toezichthouder. Wet van 6 oktober 1999 tot wijziging van – onder andere – de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, Stb. 470. Deze wet is op 17 november 1999 in werking getreden.
Art. 3:174b lid 1 Wft.
Kamerstukken II 2011/12, 33 059, nr. 3, p. 21.
De noodregeling is geregeld in de artt. 3:160-201 Wft. DNB kan op grond van art. 3:160 lid 1 Wft de rechtbank Amsterdam vragen de noodregeling uit te spreken ten aanzien van een bank of verzekeraar. Dit is bijvoorbeeld gebeurd ten aanzien van de DSB bank1 en verzekeraar Ineas.2 Het verzoek wordt achter gesloten deuren en met de meeste spoed behandeld, zo volgt uit art. 3:162a Wft. Dit om te voorkomen dat een bank of verzekeraar negatief in het nieuws komt en klanten het vertrouwen in hun bank of verzekeraar verliezen. De rechtbank spreekt de noodregeling uit indien summierlijk blijkt dat zich een situatie, als bedoeld in artikel 3:159c, eerste lid voordoet.3 Op grond van dit artikel moeten er tekenen van een gevaarlijke ontwikkeling zijn met betrekking tot het eigen vermogen, de solvabiliteit of de liquiditeit onderscheidenlijk de technische voorzieningen. Bovendien moet redelijkerwijs te voorzien zijn dat die ontwikkeling niet voldoende of niet tijdig ten goede zal keren. Dit is hetzelfde criterium als voor het uitspreken van het faillissement en de overdrachtsregeling.4 Wordt de noodregeling uitgesproken, dan benoemt de rechtbank een of meer bewindvoerder(s),5 die belast wordt/worden met het saneren en/of liquideren6 van de verzekeraar.7
DNB kan met het verzoek tot toepassing van de noodregeling een overdrachtsplan ter goedkeuring overleggen, maar verplicht is dat niet.8 Legt DNB geen overdrachtsplan over of wordt dit overdrachtsplan niet goedgekeurd, kan DNB na het uitspreken van de noodregeling door de rechtbank alsnog of opnieuw een overdrachtsplan voorbereiden9 en ter goedkeuring aan de rechtbank voorleggen.10 In zo’n geval overleggen DNB en de bewindvoerders met elkaar over de inhoud van het overdrachtsplan. Zitten zij niet op één lijn, dan heeft DNB uiteindelijk het laatste woord.11 De uitvoering van het overdrachtsplan komt in handen van de bewindvoerders.