Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/5.2.3.2
5.2.3.2 De Richtlijn en de dekking in derde landen
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS397197:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Het gaat hier om voertuigen uit Andorra, Kroatië en Zwitserland (naar de situatie per 1 januari 2010). Deze worden zonder grenscontrole op de verzekeringsplicht tot het grondgebied van de EU toegelaten.
Duitsland met Oostenrijk, Zwitserland en Hongarije zijn een voorbeeld van de eerste categorie, Denemarken (reeds sedert de jaren dertig) met Noorwegen, Zweden en Finland van de tweede.
Dit in tegenstelling tot de overeenkomsten die tussen bepaalde landen reeds voor de inwerkingtreding van de Richtlijn golden, die soms eenzijdig waren. Zo bijvoorbeeld het Hongaarse Bureau dat in 1962 laat weten dat het overeenkomsten heeft gesloten die het Hongaarse voertuigen mogelijk maakt om Oostenrijk, Tsjecho-Slowakije en Joegoslavië zonder groene kaart binnen te komen, maar kennelijk niet omgekeerd.
Zie art. 15 van de Internat Regulations.
De Richtlijn opent de mogelijkheid ook voertuigen uit landen die geen lid van de EU zijn zonder grenscontroles tot het gebied van de EER toe te laten.1 Zie art. 8 lid 1, tweede alinea van de Richtlijn.
Dat was ten tijde van de invoering van de le Richtlijn al nodig, omdat tussen een aantal lidstaten en derde landen op dat moment reeds overeenkomsten bestonden tot afschaffing van grenscontroles. Hetzelfde gold voor een aantal landen die zeer spoedig na de inwerkingtreding van de Richtlijn tot de EEG zouden toetreden, in hun relatie tot derde landen.2
Vanzelfsprekend kunnen de voorschriften van de Richtlijn ten aanzien van voertuigen uit deze derde landen alleen betrekking hebben op de afschaffing van de grenscontroles. Andere aspecten van de Richtlijn raken de betrokken derde landen niet. Zo kan een Richtlijn niet voorschrijven dat deze landen alle gewoonlijk op hun grondgebied gestalde voertuigen aan verzekeringsplicht onderwerpen, noch voorschriften bevatten omtrent de omvang van die verzekeringsplicht in eigen land.
Omgekeerd houdt de Richtlijn evenmin in, dat voertuigen uit de EU dekking moeten hebben in deze derde landen en dat zij deze landen ook zonder grenscontrole op de groene kaart zouden moeten kunnen binnenkomen. Zij bepaalt slechts, dat voertuigen uit derde landen kunnen worden gelijk gesteld aan voertuigen die gewoonlijk zijn gestald in de EU, als de Bureaus van alle lidstaten zich voor de afwikkeling van door deze voertuigen veroorzaakte schade garant stellen.
Dat zullen deze Bureaus vanzelfsprekend slechts doen als de restitutie door het Bureau van het betrokken derde land zeker gesteld is. In de praktijk zullen de Bureaus van deze derde landen zich daarom alleen dan aansluiten als zij een sluitend stelsel van verplichte verzekering kennen: sluitend in de zin van alle motorrijtuigen omvattend, althans die voertuigen die naar mag worden aangenomen de grens zullen passeren, en bovendien effectief gehandhaafd. De overeenkomsten met de derde landen zijn in de praktijk altijd op reciprociteit gebaseerd: voertuigen uit de lidstaten worden ook in de derde landen zonder grenscontrole binnen gelaten 3 Wel laten de Internat Regulations de mogelijkheid open, dat de garantie eenzijdig wordt overeengekomen.4