De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen
Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/7.2:7.2 Hoofdstuk 2 – De positie van aandeelhouders in een besloten vennootschap
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/7.2
7.2 Hoofdstuk 2 – De positie van aandeelhouders in een besloten vennootschap
Documentgegevens:
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197782:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aandeelhouders vormen een bijzonder soort stakeholder doordat zij met hun aandeelhoudersrechten, in en buiten de algemene vergadering, vergaande invloed kunnen uitoefenen binnen de vennootschap. Een aandeelhouder kan worden getypeerd als de eigenaar van de vennootschap, als een residual claimant en als een principaal (par. 2.3.3-2.3.5). Dit zijn kwalificaties die vanuit een rechtseconomisch perspectief verklaren waarom aandeelhouders zeggenschapsrechten moeten hebben en daarmee (vergaande) invloed kunnen uitoefenen binnen de vennootschap. Hoewel de kwalificaties niet helemaal zuiver zijn, laten ze wel zien dat aandeelhouders een bijzondere positie innemen binnen de vennootschap.
Aandeelhouders kunnen door de uitoefening van hun rechten een preventieve herstructurering dwarsbomen, bijvoorbeeld door in de algemene vergadering tegen een aandelenemissie die nodig is in het kader van een debt for equity swap te stemmen. Ik zet in de paragrafen 2.5-2.6 uiteen welke zeggenschapsrechten en financiële rechten verbonden aan een aandeel een rol kunnen spelen bij een preventieve herstructurering. Bij de uitoefening van zijn rechten mag een aandeelhouder in beginsel zijn eigen belang vooropstellen. Dit leidt tot problemen wanneer zijn belang niet samenloopt met de belangen van de vennootschap, medeaandeelhouders of andere stakeholders. Onder omstandigheden mag een aandeelhouder echter niet enkel zijn eigen belang nastreven. Zijn handelen wordt begrensd. Welke belangen hij precies in acht moet nemen, verschilt per jurisdictie (par. 2.7). Zo staat in Nederland belangenpluralisme voorop (stakeholder model), terwijl in Engeland en bij de Duitse GmbH het belang van aandeelhouders vooropstaat (shareholder model). De belangrijkste omstandigheid ter bepaling welk belang de aandeelhouder heeft te dienen, is in de drie landen gelijk, namelijk de mate waarin een aandeelhouder invloed kan uitoefenen binnen de vennootschap. De grondslag hiervoor is in Nederland de redelijkheid en billijkheid, in Engeland met name de goede trouw en in Duitsland de Treuepflicht. In de hoofdstukken 4-6 beoordeel ik deze grenzen voor het handelen van aandeelhouders nader, voor het geval de vennootschap in financiële nood verkeert en een preventieve herstructurering aan de orde is.