Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid: wenselijk?
Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/3.15.1:3.15.1 Overwegingen van efficiëntie en democratie tegen kleine besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/3.15.1
3.15.1 Overwegingen van efficiëntie en democratie tegen kleine besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
Documentgegevens:
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS397927:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het argument van Zolt en Klein dat beperkte aansprakelijkheid ook beschikbaar zou moeten worden gesteld aan kleine private vennootschappen, zonder dat zij belast worden met de complicaties die incorporatie met zich meebrengt, wordt aangevochten door Callison. Hij stelt dat zij tekort schieten in het onderscheiden van de verschillen tussen personenvennootschappen en kapitaalvennootschappen, met name op het punt van de voordelige belastingheffing bij de personenvennootschappen. Aangezien de democracy theorie veronderstelt dat personen die zich in eenzelfde situatie bevinden op eenzelfde wijze behandeld zouden moeten worden, ongeacht hun welvaart of portfoliogrootte, is het te beargumenteren dat entiteiten die geen belastingen betalen niet dezelfde toegang tot de aansprakelijkheidsbeschermingen zou mogen worden verleend als vennootschappen die wel belastingen betalen.1 Het feit dat de belastingdienst sommige vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid behandelen als personenvennootschappen is volgens Callison geen reden voor staten om beperkte aansprakelijkheid beschikbaar te stellen aan alle vennootschappen, die zijn geclassificeerd als personenvennootschappen. Daarnaast stelt Callison dat een verschillende aansprakelijkheidsbehandeling werd goedgekeurd, omdat tot recentelijk door het democratische rechtsgebied geen beperkte aansprakelijkheid beschikbaar werd gesteld aan kleine ondernemers die niet incorporeerden.2 Volgens Callison dient men bij de vraag voor wie beperkte aansprakelijkheid beschikbaar zou moeten zijn, niet zozeer te kijken naar de rechtsvorm maar naar karakteristieken en de gelijksoortigheid van vennootschappen, bijvoorbeeld klein en besloten met een vraag naar investeringsgelden ten opzichte van grote en publieke vennootschappen.3