Wilsdelegatie in het erfrecht
Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.5.3.3.3:II.5.3.3.3 Keuzelegaat al dan niet tegen inbreng
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.5.3.3.3
II.5.3.3.3 Keuzelegaat al dan niet tegen inbreng
Documentgegevens:
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS625533:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In Hof Amsterdam 21 juni 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BR1599 werd aan de tuchtrechter een uiterste wil voorgelegd met daarin vier keuzelegaten ten behoeve van erflaters echtgenote, te weten:
een keuzelegaat volle eigendom tegen inbreng van de waarde;
een keuzelegaat vruchtgebruik tegen inbreng van de waarde;
een keuzelegaat volle eigendom vrij van inbreng van de waarde;
een keuzelegaat vruchtgebruik vrij van inbreng van de waarde.
Klagers stellen zich in deze tuchtrechtelijke zaak onder meer op het standpunt dat de uiterste wil van de erflater niet voldoet aan het bepaaldheidsvereiste en dat het een verboden wilsdelegatie inhoudt. In zijn beslissing volgt het hof de uitspraak van de Kamer van Toezicht Rotterdam van 13 augustus 2009.1 Deze oordeelt, voor wat de toelaatbaarheid van de keuzelegaten betreft, dat geen sprake is van strijd met het bepaaldheidsvereiste of verboden wilsdelegatie. ‘De gekozen legaatvormen zijn immers niet in strijd met de wet’, aldus de tuchtrechter.
Vanuit het civiele recht bekeken, kan inderdaad worden gezegd dat de afzonderlijke legaatvormen niet in strijd zijn met het bepaaldheidsvereiste (zie hiervoor paragraaf 5.3.3.1). Het keuzelegaat kan bovendien worden gezien als het gesepareerd legateren van alle of bepaalde goederen van de nalatenschap. De legataris is dan bevoegd om het ene legaat te aanvaarden en het andere te verwerpen (art. 4:201 BW). Op deze manier kan de legataris de goederen verkrijgen die hij wenst.
Het is mij niet duidelijk geworden of de erflater in casu, met de bovengenoemde verschillende soorten keuzelegaten, de bedoeling heeft gehad om zijn echtgenote één optie te laten kiezen (resp. te aanvaarden). Ik kan mij voorstellen dat erflater naast het keuzelegaat volle eigendom (al dan niet tegen inbreng van de waarde) ook het vruchtgebruik van zijn nalatenschap (al dan niet tegen inbreng van de waarde) legateert. Dit uiteraard met uitzondering van de goederen die op grond van het keuzelegaat volle eigendom worden verkregen. Een keuzelegaat volle eigendom (al dan niet tegen inbreng van de waarde) en een keuzelegaat vruchtgebruik (al dan niet tegen inbreng van de waarde) kunnen anders gezegd naast elkaar bestaan. Nóg anders gezegd kunnen van bovengenoemde opties, optie 1 en 2, of optie 3 en 4 en zelfs optie 1 en 4 of optie 2 en 3, ten aanzien van verschillende goederen, naast elkaar worden gelegateerd. Geldt dit ook voor de keuze uit een keuzelegaat volle eigendom resp. vruchtgebruik tegen inbreng van de waarde en een keuzelegaat volle eigendom resp. vruchtgebruik zonder inbreng van de waarde? Ofwel, anders gezegd, gaan de opties 1 en 3, of 2 en 4 samen? Met een dergelijke keuze zou de echtgenote het geheel in eigen hand hebben om te bepalen of zij de waarde van hetgeen zij verkrijgt al dan niet in de nalatenschap inbrengt. Zij kan anders gezegd, als ik mij in termen van het overeenkomstenrecht uitdruk, bepalen of er sprake is van een ‘koop’ (legaat tegen inbreng van de waarde) of van een ‘schenking’ (legaat zonder inbreng van de waarde): ‘kies maar tussen koop of schenking’. En als ik mij vervolgens weer in erfrechtelijke termen uitdruk: ‘bepaal maar of het sublegaat werkt of niet.’
Is een dergelijke (alternatieve) keuze, waarmee een ander het in de hand heeft om te bepalen of er een sublegaat is of niet, nog wel een toelaatbare keuze? Deze vraag dient mijns inziens niet te worden beantwoord aan de hand van het bepaaldheidsvereiste. Zij heeft immers geen betrekking op de inhoud van de afzonderlijke soorten legaten, maar op hun onderlinge samenhang. Meer in het bijzonder op hun werking: ‘er is een sublegaat, tenzij je dit niet wilt’2 of ‘er is een sublegaat, indien je dit wilt’. In hoeverre het is toegestaan om de werking van een uiterste wilsbeschikking door een ander te laten bepalen, behandel ik in hoofdstuk 6.