Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen
Einde inhoudsopgave
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/4.4.1:4.4.1 Inleiding
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/4.4.1
4.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. S.R. Damminga, datum 07-11-2013
- Datum
07-11-2013
- Auteur
mr. S.R. Damminga
- JCDI
JCDI:ADS492732:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een beperking van artikel 6:212 tot vermogensverschuivingen – zoals in de vorige paragraaf is verdedigd – is alleen mogelijk door een bepaalde invulling te geven aan de woorden ‘verrijking’ en ‘ten koste van een ander’ in artikel 6:212 en aan het vereiste van een voldoende verband tussen de verrijking en de verarming. In deze paragraaf wordt daarom onderzocht hoe deze vereisten dienen te worden uitgelegd.
Ik onderzoek daartoe in paragraaf 4.4.2 het begrip verrijking en in paragraaf 4.4.3 het begrip verarming. In paragraaf 4.4.4 ga ik in op het verband tussen deze begrippen. In paragraaf 4.4.5 en volgende trek ik uit dit verband enkele conclusies. Telkens bespreek ik de belangrijkste opvattingen in de literatuur en rechtspraak en geef mijn eigen opvatting.
Deze paragraaf bouwt voort op enkele conclusies uit de vorige paragraaf. Daar is geconcludeerd dat de woorden ‘verrijking’ en ‘ten koste van een ander’ – waarbij een voldoende verband bestaat tussen de verrijking en de verarming – betekenen dat een vermogensverschuiving moet hebben plaatsgevonden. Onder een vermogensverschuiving wordt verstaan dat de verrijking voortvloeit uit het vermogen van de verarmde. Een verrijking vloeit voort uit het vermogen van de verarmde als de verrijkte een voordeel geniet dat in principe aan de verarmde toekwam.