Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen
Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/23.1:23.1 Het onderwerp van deze studie
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/23.1
23.1 Het onderwerp van deze studie
Documentgegevens:
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS574350:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Beursvennootschappen — vennootschappen waarvan (certificaten van) aandelen of obligaties tot de handel van een effectenmarkt zijn toegelaten — zijn verplicht grote hoeveelheden informatie te publiceren. Het publiceren van die informatie leidt enerzijds tot kosten bij beursvennootschappen, terwijl anderzijds de opbrengsten van het opleggen van publicatieverplichtingen niet duidelijk zijn. In deze studie is onderzocht wat de doelstellingen en grondslagen zijn voor het opleggen van publicatieverplichtingen aan beursvennootschappen en of deze verplichtingen effectief en (kosten)efficiënt zijn vormgegeven. In het bijzonder besteed ik daarbij aandacht aan de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen in het Nederlandse vennootschaps- en effectenrecht.
De bestudering van de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen vindt plaats tegen de achtergrond dat tussen het recht en de werkelijkheid die het recht beoogt te regelen een sterke verbondenheid bestaat. Eén van de vooronderstellingen in deze studie is dat het vennootschaps- en effectenrecht een bepaalde mate van adaptatievermogen — het vermogen om zich succesvol aan te passen aan de veranderende werkelijkheid — moeten bevatten. Ontwikkelingen van rechtstelsels, en daarmee ook van het vennootschaps- en effectenrecht, worden hierdoor beïnvloed door "regulatory competition" en "path dependency." Dit heeft gevolgen voor de in het vennootschaps- en effectenrecht opgenomen publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen. Een ander uitgangspunt in deze studie is dat het vennootschaps- en effectenrecht een instrumentele functie hebben. De voorschriften in deze rechtsgebieden kunnen gezien worden als instrumenten om het gedrag te beïnvloeden van mensen die in uiteenlopende hoedanigheden betrokken zijn bij (beurs)vennootschappen en effectenbeurzen.
Het bijzondere van de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen is dat zij gedeeltelijk zijn opgenomen in het vennootschapsrecht en gedeeltelijk in het effectenrecht. Van een systematische toedeling lijkt echter geen sprake te zijn. Vanwege het toenemend grensoverschrijdend karakter van de regulering van beursvennootschappen en door de ontwikkeling van "de" wet- en regelgeving van staten tot een concurrentiefactor voor het aantrekken van vestigingen van (beurs)vennootschappen of van investeringen, neemt het belang van een systematisch en internationaal verantwoorde toedeling van de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen aan de onderscheidenlijke rechtsgebieden toe. Tegelijkertijd wordt die toedeling aan het vennootschapsrecht en het effectenrecht, en de onderlinge afbakening tussen deze rechtsgebieden, beïnvloed door de doelstellingen en functies die aan de publicatieverplichtingen ten grondslag liggen. Vergroting van het inzicht over deze doelstellingen en functies van de publicatieverplichtingen is hierdoor niet alleen van belang met het oog op de effectiviteit van die verplichtingen. Vergroting van dit inzicht leidt er eveneens toe dat een beter onderbouwde toedeling kan plaatsvinden.
De centrale vraagstelling in deze studie bestaat uit vier deelvragen en luidt als volgt:
wat zijn de doelstellingen en economische rechtvaardigingsgronden voor het opleggen van publicatieverplichtingen aan beursvennootschappen;
op welke wijze spelen de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen een rol bij concurrentie tussen rechtstelsels;
zijn de publicatieverplichtingen, gegeven hun doelstellingen, effectief vormgegeven — bereiken zij het doel — en zijn zij (kosten)efficiënt vormgegeven; en
hoe effectief is de vormgeving van enkele publicatieverplichtingen in het Nederlandse recht en wat zijn de gevolgen van de toedeling van de publicatieverplichtingen binnen het Nederlandse recht voor toezicht en handhaving.
Beantwoording van deze vragen vindt plaats in de vier delen waaruit deze studie is opgebouwd. De methode van onderzoek in de eerste drie delen bestaat uit rechtsvergelijkende en rechtseconomische analyses. Het vertrekpunt in het vierde deel is het positieve Nederlandse recht. Wat het rechtsvergelijkende element betreft, schenk ik met name aandacht aan de voor de beursvennootschappen relevante hoofdlijnen van de Europese regelgeving en van de wet- en regelgeving in de Verenigde Staten van Amerika. Aan het slot van deel I van deze studie formuleer ik de twee hoofddoelstellingen van de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen. Bezien vanuit "functioneel perspectief' zijn dat (i) het verbeteren van de adequate werking van de effectenmarkt en (ii) het tegengaan van "agency-problemen" binnen beursvennootschappen. Met het "functioneel perspectief' doel ik op een analyse van de functies en doelstellingen van de publicatieverplichtingen waarbij geabstraheerd wordt van de doelstellingen en functies die in de totstandkomingsgeschiedenis van wet- en regelgeving zijn genoemd. Centraal staat daarbij de vraag welke (rechts)economische bestaansredenen voor het opleggen van publicatieverplichtingen aan beursvennootschappen onderscheiden kunnen worden.