Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/2.6.2.1
2.6.2.1 Het onderscheid tussen eerbiedigende en uitgestelde werking en uitgestelde inwerkingtreding
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS417436:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1998/99, 26 728, nr. 3, p. 17 inzake hfdst. 2 art. I onderdeel O Inv.w. Wet IB 2001 welke bepaling kort gezegd eerbiedigende werking tot 2021 regelt voor lijfrente-uitkeringen ter zake waarvan onder de Wet IB 1964 geen premies in aftrek konden worden gebracht.
Kamerstukken II 1997/98, 25 721, nr. 5, p. 20 inzake aanpassingen in het aandelenoptie-regime. Op aandelenoptierechten die vóór inwerkingtreding van het nieuwe regime zijn overeengekomen blijft gedurende vijf jaar het oude waarderingsforfait van toepassing.
Met betrekking tot eerbiedigende werking zijn de meeste auteurs het erover eens dat het bewerkstelligt dat de nieuwe regel niet van toepassing is op bepaalde nader omschreven ten tijde van de inwerkingtreding bestaande toestanden (zie ook par. 3.4.1). Dit betekent dat de nieuwe regel vanaf het inwerkingtredingsmoment geldt en werkt, maar (nog) niet op alle rechtstoestanden van toepassing is. Gelet op de werking vanaf het inwerkingtredingsmoment, is derhalve sprake van onmiddellijke werking. De toepassing van de nieuwe regel op bepaalde toestanden kan worden voorkomen door het treffen van een overgangsmaatregel in de vorm van eerbiedigende werking. De eerbiedigende werking kan slechts betrekking hebben op bepaalde toestanden of feiten. Indien de eerbiedigende werking zich tot alle rechtsgevolgen zou uitstrekken, heeft de nieuwe regel praktisch nog geen betekenis en moet worden geconcludeerd dat hij wel geldt, doch (nog) geen werking heeft. Deze betekenis wordt niet aan het begrip ‘eerbiedigende werking’ gegeven, waardoor kan worden geconcludeerd dat eerbiedigende werking slechts de toepassing van een werkende regel ten aanzien van bepaalde feiten en toestanden beperkt. De eerbiediging kan plaatsvinden gedurende een onbepaalde tijd – zolang de desbetreffende toestanden of feiten zich blijven voordoen – of gedurende een bepaalde tijd. Ook wanneer voor een bepaalde tijd eerbiedigende werking wordt toegekend, wordt dit in de praktijk eerbiedigende werking – en geen uitgestelde werking – genoemd. De volgende aan de parlementaire behandeling ontleende passages kunnen dit illustreren:
‘Wel is voor de eerbiedigende werking voor deze saldolijfrenten een horizonbepaling opgenomen die ertoe leidt dat voor saldolijfrenten die op 31 december 2020 nog niet (geheel) zijn afgewikkeld, op dat moment een verplichte overheveling naar box III (de vermogensrendementsheffing) dient plaats te vinden.’ 1
‘Voor wat betreft de waardering is een eerbiedigende werking opgenomen met een looptijd van vijf jaar.’ 2
Nu de toepassing van de oude regel op bepaalde feiten en toestanden gedurende een beperkte tijd, in de praktijk – naar mijn mening terecht – eerbiedigende werking wordt genoemd, moet het begrip ‘uitgestelde werking’ iets anders inhouden dan de toepassing van de oude regel op nader aangeduide feiten en toestanden gedurende een bepaalde periode. Dat eerbiedigende werking een ander karakter heeft dan uitgestelde werking leid ik ook af uit de meningen van met name Knigge en Haazen ten aanzien van de inhoud van beide begrippen. Beide auteurs spreken – kort gezegd – in geval van eerbiedigende werking over de toepassing van de wet in een concreet geval. In geval van uitgestelde werking spreken zij respectievelijk over de periode waarin de te waarderen feiten moeten zijn voorgevallen en het buiten toepassing laten van de regeling.
Van uitgestelde werking moet ook uitgestelde inwerkingtreding worden onderscheiden. Van uitgestelde inwerkingtreding is sprake als de periode tussen bekendmaking van een wet en de inwerkingtreding meer dan twee maanden bedraagt. In de laatstgenoemde situatie wordt de inwerkingtreding dus uitgesteld, terwijl bij uitgestelde werking juist de werking wordt uitgesteld.