Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/3.8.2
3.8.2 Wie moeten de algemene Europese rechtsbeginselen eerbiedigen?
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS399593:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie HvJEG 26 april 2005, C-376/02 (Goed Wonen), Jur. 2005, p. 1-3445, r.o. 32.
Vergelijk Jans e.a. 2011, p. 123. Zie ook HvJEG 18 december 2008, C-349/07 (Sopropé), Jur. 2008, p. 1-10369, AB 2009, 29, m.nt. R.J.G.M. Widdershoven.
Het Hof heeft dit voor het eerst expliciet erkend in HvJEG 25 november 1986, gevoegde zaken 201/85 en 202/85 (Klensch), Jur. 1986, p. 3477, r.o. 10. Zie ook HvJEG 4 juni 2009, C-241/07 UK Otsa Talu), Jur. 2009, p. 1-4323, r.o. 46; HvJEG 14 september 2006, gevoegde zaken C-181/04-C-183/04 (Elmelca), Jur. 2006, p. 1-8167, r.o. 31; HvJEG 26 april 2005, C-376/02 (Goed Wonen), Jur. 2005, p. 1-3445, r.o. 32; HvJEG 3 december 1998, C-381/97 (Belgocodex), Jur. 1998, p. 1-8153, r.o. 26; HvJEG 13 juli 1989, 5/88 (Wachauf), Jur. 1989, p. 2609, r.o. 19. Lidstaten zijn ook aan algemene Europese rechtsbeginselen gebonden indien zij maatregelen nemen die zijn gebaseerd op een toegestane afwijking van de Europese verdragen of indien zij maatregelen nemen die binnen het bereik van het EU-recht vallen. Hierop wordt in dit onderzoek niet verder ingegaan. Zie hieromtrent Jans e.a. 2011, p. 124; Prechal 2009, p. 8 e.v.; Verhoeven, Van den Brink & Drahmann 2010, p. 12 en Tridimas 2006, p. 38 e.v. Zie ook de condusie van advocaat-generaal Sharpston in de zaak Bartsch, C-427/06, Jur. 2008, p. 1-7245.
Zie hieromtrent Prechal 2009, p. 8 en Tridimas 2006, p. 36 e.v.
HvJEG 22 november 2005, C-144/04 (Mangold), Jur. 2005, p. 1-9981, AB 2006, 325, m.nt. M. Verhoeven, NJ 2006, 227, m.nt. M.R. Mok, SEW 2007, p. 44-47, m.nt. D. Beltman. Uit dit arrest volgt dat nationale wetgeving in strijd met het algemeen beginsel van non-discriminatie buiten toepassing moet worden gelaten, ook indien de omzettingstermijn van een richtlijn nog niet is verstreken.
Zie bijvoorbeeld HvJEG 10 maart 2009, C-345/06 (Heinrich), Jur. 2009, p. 1-1659, AB 2009, 114, m.nt. H. van Eijken en M.J.M. Verhoeven, r.o. 45; HvJEG 11 januari 2007, C-384/05 (Piek), Jur. 2007, p. 1-289, r.o. 34.
HvJEG 18 december 2008, C-349/07 (Sopropé), Jur. 2008, p. 1-10369, AB 2009, 29, m.nt. R.J.G.M. Widdershoven; HvJEG 15 juni 2006, C-28/05 (Dokter), Jur. 2006, p.1-5431, AB 2006, 390, m.nt. R.J.G.M. Widdershoven, r.o. 71.
HvJEG 10 april 2003, C-276/01 (Steffensen), Jur. 2003, p. 1-3735, r.o. 71; HvJEG 12 juli 2001, C-262/99 (Louloudakis), Jur. 2001, p. 1-5547, r.o. 67.
Prechal 2009, p. 8; Verhoeven/Van den Brink/Drahmann 2010, p. 12. Zie bijvoorbeeld HvJEG 10 september 2009, C-201/08 (Plantanol), Jur. 2009, p. 1-8343; HvJEG 23 april 2009, gevoegde zaken C-378/07 tot C-380/07 (Angelidaki), Jur. 2009, p. 1-3071, r.o. 85; HvJEG 7 september 2006, C-81/05 (Alonso), Jur. 2006, p. 1-7569, r.o. 35.
Zie HvJEG 14 september 2006, C-496/04 (Slob), Jur. 2006, p. 1-8257, r.o. 41; HvJEG 25 maart 2004, gevoegde zaken C-231/00, C-303/00 en C-451/00 (Cooperativa Lattepiu e.a.), Jur. 2004, p. 1-2869, r.o. 57; HvJEG 20 juni 2002, C-313/99 (Mulligan e.a.), Jur. 2002, p. 1-5719, r.o. 36.
HvJEU 24 juni 2010, C-375/08 (Luigi Pontini), Jur. 2010, p. 1-5767, r.o. 84; HvJEG 20 juni 2002, C-313/99 (Mulligan e.a.), Jur. 2002, p. 1-5719, r.o. 36; HvJEG 11 februari 1971, C-39/70 (Norddeutsches Vieh- und Fleischkontor), Jur. 1971, p. 49, r.o. 5. Zie ook artikel 21 van de Commissieverordening nr. 1120/2009.
HvJEU 24 juni 2010, C-375/08 (Luigi Pontini), Jur. 2010, p. 1-5767, r.o. 86; HvJEG 17 januari 2008, gevoegde zaken C-37/06 en C-58/06 (Viamex Agrar Handel), Jur. 2008, p. 1-69, r.o. 33; HvJEG 11januari 2007, C-384/05 (Piek), Jur. 2007, p. 1-289, r.o. 34; HvJEG 14 september 2006, C-496/04 (Slob), Jur. 2006, p. 1-8257, r.o. 41; HvJEG 25 maart 2004, gevoegde zaken C-231/00, C-303/00 en C-451/00 (Cooperativa Lattepiu e.a.), Jur. 2004, p. 1-2869, r.o. 57 en HvJEG 20 juni 2002, C-313/99 (Mulligan e.a.), Jur. 2002, p. 1-5719, r.o. 36.
HvJEG 7 september 2006, C-81/05 (Alonso), Jur. 2006, p. 1-7569, r.o. 37. Zie ook HvJEU 25 juli 2011, C-2/10 (Azienda), n.n.g., AB 2011, 247, m.nt. M.J.M. Verhoeven en R. Ortlep waaruit volgt dat dit ook geldt indien de omzettingstermijn van de richtlijn weliswaar nog niet is verstreken, maar met de bestaande nationale bepalingen kan worden verzekerd dat het nationale recht in overeenstemming is met de richtlijn.
Europese rechtsbeginselen binden allereerst de Europese instellingen.1 Dit betekent dat de Europese subsidieregelgeving aan de Europese rechtsbeginselen moet voldoen. Als gezegd zijn in de tweede plaats ook nationale uitvoeringsorganen aan de Europese rechtsbeginselen gebonden, namelijk indien zij binnen de werkingssfeer van het Eu-recht handelen.2 Hiervan is onder meer sprake wanneer nationale uitvoeringsorganen het Eu-recht uitvoeren, waaronder de Europese subsidieregelgeving.3 In dat geval opereren nationale uitvoeringsorganen als 'agenten' van de EU.4 De algemene rechtsbeginselen zijn derhalve van toepassing indien zij richtlijnen omzetten,5 verordeningen operationaliseren,6 Eu-recht toepassen in het individuele en concrete geval7 en handhaven.8 Daarbij maakt het niet uit, of en zo ja, in welke mate aan nationale uitvoeringsorganen beoordelingsvrijheid toekomt.9 In het kader van de uitvoering van de Europese subsidieregelgeving heeft het Hof van Justitie meer dan eens overwogen dat wanneer de lidstaten volgens die regelgeving tussen verschillende toepassingswijzen kunnen kiezen, zij hun discretionaire bevoegdheid dienen uit te oefenen met inachtneming van het rechtszekerheidsbeginsel,10 het gelijkheidsbeginsel11 en het evenredigheidsbeginsel.12
Voorts zijn nationale uitvoeringsorganen ook gebonden aan de algemene Europese rechtsbeginselen indien zij nationaal recht toepassen ter uitvoering van het Eu-recht. Daarbij doet niet ter zake dat het gaat om reeds bestaand nationaal recht dat eveneens wordt gebruikt als omzettingsmaatregel ter uitvoering van een Europese richtlijn.13 Ook dit nationaal recht valt onder de reikwijdte van het Europese recht en daarmee onder de werking van de algemene Europese rechtsbeginselen. Ik ga ervan uit dat het voorgaande ook geldt voor bestaand nationaal recht dat wordt gebruikt voor de operationalisering van Europese verordeningen en de uitvoering van Europese besluiten. Ook de uitoefening van discretionaire bevoegdheden in het kader van ter uitvoering van het Europese recht vastgestelde nationale maatregelen, dient derhalve in overeenstemming te zijn met het rechtszekerheidsbeginsel.