Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/10.3.4.2.2
10.3.4.2.2 Ausgliederung
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS395972:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
In de Nederlandse literatuur wordt hier echter ook anders over gedacht. Bijvoorbeeld Koster en Leemrijse wijzen er op dat een civielrechtelijke afsplitsing ook mogelijk zou moeten zijn op een bestaande (dochter)vennootschap tegen uitreiking van aandelen aan splitsende vennootschap. H. Koster, De Nederlandse juridische splitsing in Europees en rechtsvergelijkend perspectief, Serie vanwege het Van der Heijden instituut, Kluwer 2009, paragraaf 10.4. J.J.C.A. Leemrijse, De driehoekssplitsing binnen moeder-dochterverhoudingen, Vennootschap & Onderneming 2003, nr. 11, blz. 182-185.
Ausgliederung is in Duitsland civielrechtelijk een vorm van afsplitsing, waarbij een deel of meerdere delen van het vermogen van de overdrager onder algemene titel (Gesamtrechtsnachfolge) overgaat op één of meerdere bestaande of nieuw op te richten entiteiten (§123 Abs. 3 UmwG). Bij Ausgliederung worden aandelen toegekend aan de overdragende rechtspersoon zelf en dus niet aan de aandeelhouders van de splitsende rechtspersoon. Ausgliederung is aan de ene kant vergelijkbaar met de Nederlandse concernsplitsing. Bij de concernsplitsing (ook wel hybride splitsing genoemd, art. 2.334c BW) wordt echter als voorwaarde gesteld dat de verkrijgende rechtspersoon een bij de splitsing opgerichte NV of BV is.1Ausgliederung kan daarentegen ook worden toegepast bij reeds bestaande verkrijgende rechtspersonen. Ausgliederung is daarmee aan de andere kant vergelijkbaar met de bedrijfsfusie zoals we die in Nederland kennen. Anders dan de bedrijfsfusie in Nederland is Ausgliederung civielrechtelijk geregeld in het UmwG. Eén van de voorwaarden bij de splitingsfaciliteit in Duitsland (dus ook bij Ausgliederung) is dat er (minstens) sprake moet zijn van een Teilbetrieb. Deze voorwaarde is te vergelijken met de bedrijfsfusiefaciliteit voorwaarde dat er sprake moet zijn van een zelfstandig onderdeel van de onderneming. De overige voorwaarden en reikwijdte van Ausgliederung zijn dezelfde als bij de hierboven besproken inbreng die is geregeld in §20 tot §23 UmwStG.