Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht
Einde inhoudsopgave
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/6.2.2:6.2.2 De evenredigheid van een verbod
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/6.2.2
6.2.2 De evenredigheid van een verbod
Documentgegevens:
mr. P. Teunissen, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. P. Teunissen
- JCDI
JCDI:ADS955528:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van der Helm 2023, nr. 207.
Vgl. HvJ EU 15 september 2016, C-484/14, ECLI:EU:C:2016:689 (McFadden), rov. 97-100; HvJ EU 18 oktober 2018, C-149/17, ECLI:EU:C:2018:841 (Bastei Lübbe), rov. 51-54.
Par. 2.2.1-2.2.2.
Zie ook par 5.4.2 en par. 6.3.3.4.
Aronstein 2019, nr. 278 en 294.
Par. 5.3.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een beoordeling van de evenredigheid van een verbod valt uiteen in een toetsing aan de beginselen van geschiktheid, noodzakelijkheid en evenredigheid stricto sensu. Het beginsel van geschiktheid vergt allereerst dat de gekozen remedie geschikt is om het achterliggende doel van de geschonden norm te bereiken.1 Deze voorwaarde overlapt met de hierboven besproken doeltreffendheidstoets voor zover het gaat om het doel van de remedie zelf. Het beginsel van noodzakelijkheid vereist dat er geen minder vergaande maatregelen voorhanden zijn met een vergelijkbare effectiviteit.2 Deze voorwaarde staat over het algemeen niet in de weg aan toewijzing van een verbod; een veroordeling tot schadevergoeding kan immers niet worden beschouwd als een gelijkwaardig alternatief voor een verbod.3 Zolang uit de formulering van het verbod voldoende duidelijk blijkt welke handelingen een inbreuk opleveren, bestaat er bovendien geen gevaar dat rechtmatige activiteiten nodeloos worden beperkt.4
Omdat aan de eerste twee elementen van het evenredigheidsbeginsel meestal zal zijn voldaan, concentreert de beoordeling van de toewijsbaarheid van een verbod zich vooral op een toetsing aan het beginsel van evenredigheid stricto sensu. Dit beginsel stelt centraal of de voordelen van het bereiken van het nagestreefde doel in een redelijke verhouding staat tot de ernst van de inbreuk en de schadelijke gevolgen voor de belangen van de inbreukmaker of derden.5 Zijn bij de afweging meerdere grondrechten betrokken, dan dient tussen deze rechten een rechtvaardig evenwicht te worden verzekerd.6 In de volgende paragrafen zal worden ingegaan op het karakter van deze toets en de rechtsgevolgen van toepassing ervan.