Biases in de boardroom en de raadkamer
Einde inhoudsopgave
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/7.4:7.4 Mentale misleiding en het rechterlijk oordeel
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/7.4
7.4 Mentale misleiding en het rechterlijk oordeel
Documentgegevens:
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen
- JCDI
JCDI:ADS111418:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Sommige rechtsvindingstheorieën gaan ervan uit dat de rechter bij het nemen van beslissingen op rationele wijze te werk gaat en hierbij intentioneel handelt. De invloed van mentale misleiding op de oordeelsvorming van de rechter moet echter ook niet onderschat worden.
Er zijn verschillende knelpunten die inherent zijn aan de taak van de rechter. Deze knelpunten vergroten de kans dat biases invloed uitoefenen op het rechterlijk oordeel. Deze knelpunten zijn: de relatief beperkte kennis van de rechter over de invloed van het onbewuste, de open normen in wet- en regelgeving, het vrije bewijsstelsel in het civiele procesrecht, de motivering van de rechterlijke beslissing en de verwachting van onpartijdigheid van de rechter. Er zijn verschillende biases die het rechterlijk oordeel kunnen beïnvloeden. De eerste bias is confabulatie. Confabulatie is het achteraf creëren van de illusie dat voor een onbewust genomen beslissing allerlei bewuste redenen aanwezig waren. Confabulatie is in beginsel geen bias zoals ik een bias gedefinieerd heb. Het gaat bij confabulatie om bewuste zelf-interpretatie. Confabulatie wordt echter wel een bias omdat we niet door hebben dat we onszelf misleiden. Dit deel is onbewust. De belangrijkste oorzaak van confabulatie is een gebrek aan informatie. In de rechterlijke oordeelsvorming kan confabulatie bijvoorbeeld ertoe leiden dat de rechter onbewust bepaalde bewijsstukken zwaarder laat wegen. De tweede bias bestaat uit de indruk van een rechter gevormd door de onbewuste meningen, indrukken en uitgangspunten van de rechter. Deze kunnen worden gemeten met behulp van de Implicit Association Test (IAT). De meningen, indrukken en uitgangspunten van de rechter worden onbewust gevormd door trait constructs uit situationele kenmerken en uit de eigen persoonlijke gesteldheid van de rechter. De onbewuste invloed van de indruk van een rechter leidt tot een gebrek aan transparantie van het rechterlijk oordeel. De derde bias is de emotie van de rechter. De rechter is net als ieder ander mens niet in staat zijn emotie volledig uit te schakelen. Dit kan in samenhang met andere biases de transparantie en onpartijdigheid van het rechterlijk oordeel in gevaar brengen. Het gebrek aan transparantie en de onpartijdigheid doen afbreuk aan de rechtszekerheid en de status van het rechterlijk oordeel. De onbewuste beïnvloeding kan bovendien leiden tot een onjuiste rechterlijke beslissing. Door het nog meer verbeteren van de kennis van de rechter over de invloed van biases, besluitvorming in een meervoudige kamer, motiveren volgens de regels van de logica, het schriftelijk uitwerken van de argumenten en een open kritische houding van de rechter kan de invloed van biases op het rechterlijk oordeel worden beperkt.