Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/6.9
6.9 Actueel beleidsplan
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633688:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Wijziging van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001, de Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting, de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 en de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, Stcrt. 2012, 12737, p. 8.
Rechtbank Breda 12 juli 2010, ECLI:NL:RBBRE:2010:BN4221, r.o. 2.5; bekrachtigd door Hof Den Bosch 9 juni 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BT6822, r.o. 4.26; en in cassatie bevestigd door Hoge Raad 22 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9055, r.o. 5.
Hemels, NDFR, commentaar 4.7. bij artikel 5b AWR, laatst geraadpleegd op 29 november 2021;Van Bakel & De Wijkerslooth-Lhoëst 2020, par. 4.2.7.
Wijziging van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001, de Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting, de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 en de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, Stcrt. 2012, 12737, p. 8, 9.
Van Kooten 2017, p. 470, 475.
Van Kooten 2017, p. 475.
De instelling moet over een actueel beleidsplan beschikken. Dit plan moet op vier terreinen inzicht geven: (a) in de werkzaamheden die de instelling verricht om haar doelstelling te verwezenlijken en (b) in de wijze waarop zij haar inkomsten werft, (c) haar vermogen beheert en (d) besteedt (art. 1a, lid 1, onderdeel f Uitv.reg. AWR 1994). Het beleidsplan moet daartoe een omschrijving van de doelstellingen van de instelling bevatten.1 Dit zijn de minimale voorschriften waaraan het beleidsplan moet voldoen. Het beleidsplan speelt een rol bij de beoordeling of een instelling onnodig vermogen aanhoudt (anti-oppoteis van artikel 1b Uitv.reg. AWR 1994).
Het beleidsplan is vormvrij. Een instelling hoeft geen formeel document te overleggen met het etiket ‘beleidsplan’, zolang de instelling maar het inzicht kan verschaffen dat de Uitvoeringsregeling eist. Zo oordeelde Rechtbank Breda dat het begrip beleidsplan ruim moet worden uitgelegd, zodat het geheel van statuten, jaarverslagen en jaarstukken van een instelling waarin alle voor het beleidsplan vereiste gegevens staan, aan te merken was als beleidsplan.2
Wat betreft de vorm en inhoud van het beleidsplan wordt in de literatuur betoogd dat de Belastingdienst rekening moet houden met de omvang van de instelling.3 Volgens de staatssecretaris moet een instelling iets kunnen opschrijven, zonder daar een heel boekwerk van te maken, over het algemeen doel dat zij beoogt na te streven – ook al staat dit al in de statuten van de instelling – en welke activiteiten ze onderneemt om die doelstelling te realiseren.4 De nadruk moet liggen op de te verrichten werkzaamheden: welke werkzaamheden worden voorzien op welk moment en hoe dragen ze bij tot de realisatie van de doelstelling.5 Als er sprake is van een categorie instellingen of een groep van met elkaar verbonden instellingen (art. 5b, lid 5 AWR), is een overkoepelend beleidsplan voor al die instellingen voldoende.
Veel kerkgenootschappen beschikken echter uit principiële overwegingen niet over een beleidsplan.6 Zij zien hun heilige geschriften als hun ‘beleidsplan’, waardoor zij zich laten leiden bij hun activiteiten. Van Kooten pleit er daarom voor dat kerkgenootschappen in plaats van een beleidsplan zouden moeten kunnen volstaan met overlegging van een ander document, zoals een religieus geschrift, of een activiteitenomschrijving.7 Enerzijds, ontgaat mij wat de meerwaarde van deze expliciete uitzondering zou zijn ten opzichte van het vereiste actueel beleidsplan. Hiervoor bleek al dat volgens de staatssecretaris elk document volstaat zolang het maar het vereiste inzicht op de eerder beschreven vier terreinen biedt. Anderzijds, is het maar de vraag of een religieus geschrift dat vereiste inzicht kan bieden. Als dat niet het geval is, zou het voorstel van Van Kooten een ongelijkheid creëren, waarvan het de vraag is of die gerechtvaardigd is.
Volgens het ANBI CIO Toetsingskader 2017 (onder het kopje Beleidsplan, in de kolom Inhoudelijke overeenstemming) kunnen CIO-kerkgenootschappen via de kerkorden en bestaande beleidsmatige stukken op landelijk, regionaal en soms plaatselijk niveau voldoen aan de voorwaarde van een beleidsplan. Instellingen die tot een groep behoren kunnen volstaan met een beleidsplan dat geldt voor alle tot de groep behorende instellingen.
6.9.1 Toetsing actueel beleidsplan