Op zoek naar de heilige graal
Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/6.10:6.10 Bestemming batig liquidatiesaldo
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/6.10
6.10 Bestemming batig liquidatiesaldo
Documentgegevens:
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633481:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Kooten 2014, 379.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de regelgeving van de anbi moet blijken dat bij opheffing van de instelling een batig liquidatiesaldo wordt besteed aan een anbi of een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt (art. 1a, lid 1, onderdeel h Uitv.reg. AWR 1994). Voor culturele anbi’s geldt een striktere bepaling die ik hier niet bespreek, omdat die buiten het bestek van mijn onderzoek valt.
Hoe werkt de liquidatiebepaling bij kerkgenootschappen? Kerkgenootschappen, hun zelfstandige onderdelen en lichamen waarin kerkgenootschappen zijn verenigd, nemen in de Nederlandse rechtsorde een bijzondere plaats in. Zo zijn voor deze rechtspersonen statuten niet verplicht. Zij worden geregeerd door hun vormvrije statuut, dat niet schriftelijk hoeft te zijn. De liquidatie-eis betekent voor kerkgenootschappen dat de bestemming van het batig saldo bij opheffing van een kerkelijke rechtspersoon in het statuut van het kerkgenootschap geregeld moet zijn.1 Zoals uit paragraaf 5.5.3 (ontbinding van een kerkgenootschap) bleek, zal het besluit tot opheffing van een kerkgenootschap naast de benoeming van vereffenaars ook de bestemming van het liquidatiesaldo bevatten. Op grond van de liquidatiebepaling moet de kerkelijke rechtspersoon bij opheffing een eventueel batig saldo uitkeren aan een andere anbi of een buitenlandse instelling die voor minstens negentig procent het algemeen nut beoogt. Wanneer een dergelijke bepaling ontbreekt in het statuut, dan zullen de vereffenaars in de praktijk het batig saldo veelal aanwenden voor een doel dat zoveel mogelijk overeenkomt met de oorspronkelijke bestemming. Als de verkrijgende instelling een anbi is, is daarmee voldaan aan de ratio van de liquidatie-eis. Om alle onduidelijkheid weg te nemen, verdient het de voorkeur om in het statuut een bepaling op te nemen dat een batig liquidatiesaldo aan een andere anbi wordt besteed. Aangezien artikel 2:2 BW niet voorschrijft dat het statuut schriftelijk is, wordt het lastig om aan te tonen dat uit een niet-schriftelijk vastgelegd statuut blijkt dat er voldaan is aan de liquidatie-eis. De bijzondere rechtspositie van kerkgenootschappen, met name het vormvrije statuut, kan dus onduidelijkheden opleveren als het gaat om de liquidatie-eis. Voor de rechtsvormen formele vereniging en stichting is dit anders, aangezien de wet daarvoor statuten voorschrijft die in een notariële akte zijn opgenomen (art. 2:27 e.v. BW).
Volgens het ANBI CIO Toetsingskader 2017 (onder het kopje Liquidatiesaldo, in de kolom Inhoudelijke overeenstemming) ‘kan het liquidatiesaldo geoormerkt terug naar de kerkelijke instelling als deze dit ter besteding aanwendt aan een (bredere) gelijksoortige werkzaamheid’. Dit past binnen de hiervoor besproken versoepelde liquidatiebepaling.
6.10.1 Toetsing bestemming batig liquidatiesaldo